Zoeken  Home  Contact
Stichting Trésor Utrecht

vorige
nummer volgende 
nummer

nummer 19, september 2006

Inhoud

inhoudsopgave Bericht uit het regenwoud

Hoe staat het met de herbouw van het carbet?

Derk de Groot




Het carbet vóór en...

...vlak ná de brand op 13 december 2005
foto Eric Augusteijnfoto Olivier Tostain
Zoals u zich allemaal zult herinneren is het carbet, zoals ons ontvangstgebouwtje in het Frans wordt genoemd, eind vorig jaar in vlammen opgegaan. Na de brand is er een politieonderzoek gestart en heeft de verzekeringsmaatschappij de zaak in behandeling genomen. Het heeft geruime tijd geduurd voordat het terrein werd vrij gegeven om met de opruimingswerkzaamheden te beginnen. Dat is een heel werk geweest en we zijn Kévin, de leden van de Association en de andere vrijwilligers zeer dankbaar voor de vele uren die zij in dit zware en onplezierige werk hebben gestoken.


Februari 2006: smeulend hoopje...
Toen we in februari tijdens de donateursreis het reservaat bezochten zagen we nog een een smeulend hoopje restanten van het oude carbet. Gelukkig zijn onze mensen in Guyana, na te zijn bekomen van de eerste schrik, ook direct begonnen met het maken van plannen voor een nieuw carbet. U begrijpt dat er tussen Utrecht en Cayenne heel wat e-mails zijn uitgewisseld en telefoongesprekken zijn gevoerd over de te volgen koers en de verschillende ontwikkelingen.
Het laatste nieuws is nu als volgt. Over het door de politie uitgevoerde onderzoek is nog niets bekend. Het lijkt niet verstandig over een eventuele uitkomst te speculeren. Gelukkig heeft de behandeling door de verzekeringsmaatschappij wel tot een resultaat geleid: ze zullen een bedrag van 44.000 euro uitkeren aan de Association Trésor, onze vertegenwoordiging in Frans Guyana. Dat bedrag moet worden gebruikt voor herbouw, maar we zijn daarbij vrij om een ander ontwerp te kiezen. De penningmeester van de Stichting heeft gelukkig ook kans gezien in Nederland een bescheiden bijdrage van ongeveer 15.000 euro voor het herbouwfonds te verzamelen.
Door een bevriende architect in Guyana is intussen een plan gemaakt dat voorziet in een gebouwtje van twee haaks op elkaar staande vleugels. In de ene vleugel is de ontvangst- en expositieruimte gepland en in de andere een werkruimte voor onze boswachter. De totale bouwkosten worden jammer genoeg begroot op een bedrag dat groter is dan nu beschikbaar. We moeten natuurlijk ook nog rekening houden met de kosten van een eenvoudige inrichting en het benodigde tentoonstellingsmateriaal.
Het laatste voorstel is nu om de bouw in twee fasen uit te voeren en te beginnen met het gedeelte voor de bezoekers. We hebben dan ook genoeg geld om de inrichting van het gebouwtje te financieren.


Ontwerp voor het nieuwe ontvangstgebouw
Op de tekening kunt u zien dat het nieuwe carbet weer op palen komt te staan, maar dat de ruimte tussen de palen, dus onder de bezoekersverdieping, wel wordt afgesloten. Ook zal er een goede toiletvoorziening komen en een toegang voor gehandicapten. Als we het met z'n allen eens zijn over het plan en de financiering rond hebben moet er nog een bouwvergunning bij de gemeente Roura worden aangevraagd. Naar verwachting duurt de behandeling van zo'n aanvraag een maand of twee. Dat betekent dat de bouw misschien nog dit jaar kan beginnen. Bij het leggen van de eerste steen of het oprichten van de eerste paal zal een vertegenwoordiger van het bestuur aanwezig zijn. Oplevering zou dan drie maanden na de start kunnen plaats vinden.
In de volgende Trésornieuws hoop ik u goede voortgang van dit bouwproject te kunnen melden.



inhoudsopgave

Van de redactie

Vijko Lukkien en Eric Augusteijn

De heer Van den Wollenberg (Bert) heeft per 1 september j.l. afscheid moeten nemen als redacteur van Trésor Nieuws, vanwege een andere functie-invulling binnen het Departement Biologie.
Namens het Bestuur van de Stichting Trésor willen wij Bert van den Wollenberg hartelijk dank zeggen voor het werk dat hij .in de vorm van een interview met Bert.

Het Bestuur is de heer Augusteijn (Eric) zeer erkentelijk, dat hij het kleine redactieteam wil versterken. Eric heeft in zijn functie als webmaster van de Trésor website veel ervaring kunnen opdoen met de communicatie rond Trésor. We zijn dan ook zeer gelukkig zijn kennis en ervaring te kunnen inzetten bij de totstandkoming van Trésor Nieuws.

Dit nieuwste nummer van Trésor Nieuws bevat goed nieuws.
Dankzij onder andere uw bijdragen is het nu mogelijk, om binnen afzienbare tijd met de bouw van het entreegebouw te beginnen. Het openingsartikel geeft een beeld van het nieuwe gebouw zoals de leden van de Association Trésor in Frans Guyana dat hebben voorgesteld.

Verder in dit nummer een bijdrage van Kévin Pineau over de hagedissen van Trésor en van Frank van den Haak over de vogels, geïnspireerd door zijn reis naar Frans Guyana en hoe in samenwerking met Trésor een cassavemolen ter plaatse kwam.

En tot slot, in de vorm van interviews en kleine bijdragen, een beeld over de trouwe steun die Trésor steeds weer van velen ontvangt.



inhoudsopgave

Dank je wel!

Trésor bedankt Viviane Thierron voor haar inzet!
Deze zomer heeft Viviane afscheid genomen van de Association Trésor in Frans Guyana. Haar echtgenoot heeft een nieuwe baan gevonden in Canada en het gezin verhuisde daarom vanuit de warme tropen naar koelere streken.
Viviane maakte lang deel uit van ons zeer gemotiveerd team samen met Kévin Pineau, Olivier Tostain en Olivier Fortune. Vanuit het WWF heeft Viviane een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het werk van de Stichting, met name wat betreft de ondersteuning bij het opstellen van het Managementplan (Plan de Gestion In dit kader heeft Viviane ook Elisabeth Fontein (student van de Universiteit Utrecht) een zeer goede begeleiding gegeven in haar bijdrage aan het Managementplan Trésor.
Viviane, namens Trésor, dank je wel!!

Met dank aan het Utrechts Landschap
Als dank voor het vele vrijwillige werk dat verricht is door onze vertalers heeft het Utrechts Landschap juist voor deze onmisbare steun op 3 juni j.l. een vaartocht aangeboden met de Blauwe Bever naar het natuurgebied de Blauwe Kamer bij Rhenen.
Vertalers met partners en een aantal leden van het Bestuur van de Stichting Trésor met kinderen hebben hieraan deelgenomen.
Een prachtige excursie vond een ieder. Hartelijk dank aan het Utrechts Landschap voor deze vorm van steun!!
Het resultaat van de inspanningen van onze vertalers kan ieder zowel in Nederland als Frans Guyana (en daar buiten) bewonderen in de vorm van de drietalige website: www.tresorrainforest.org

Dank aan Greenchoice
Bossen en dus ook het Trésorreservaat dragen in belangrijke mate bij om CO2 (koolstofdioxide) uit de atmosfeer vast te leggen.
Immers door menselijke activiteiten (verbranding fossiele brandstoffen) dreigt het CO2-gehalte in de lucht zo hoog te worden, dat het klimaat daardoor ongunstig kan worden beïnvloed.
Natuurlijke bossen spelen een belangrijke rol om de balans in evenwicht te houden, doordat deze in staat zijn deze extra CO2 uit de lucht vast te leggen.
Greenchoice nu financiert een eerste onderzoek om voor Trésor tot preciezere cijfers te komen over de rol die Trésor speelt in dit proces.
Hartelijk dank aan Greenchoice (www.greenchoice.nl) voor haar belangrijke bijdrage!



inhoudsopgave

Trésor en Pequenita - vrienden

Pauline Wesselink, secretaris stichting Pequenita

Donateurs van Stichting Trésor hebben in februari van dit jaar een gezamenlijke reis naar Frans Guyana en Suriname gemaakt om deze landen te leren kennen en om aan den lijve te ervaren hoe het ervoor staat met het reservaat van de Stichting, dat niet ver van Cayenne ligt. Ook in 2007 zal weer zo'n reis georganiseerd worden. Dit jaar kregen de reizigers een extraatje.
Stichting Pequenita, die zich vanaf juni 2005 met kleinschalige projecten inzet om de sociaal-economische onafhankelijkheid van vrouwen in ontwikkelingslanden te bevorderen, had een projectaanvraag vanuit het marron-dorp Moi Taki in Suriname gekregen. De aanvraag door de vrouwengroep 'Wi sa wani du' (Wij willen


Moi Taki - waar de oude tradities nog volop leven
foto Lotty Sonnenberg en Loek van der Klugt
werken) daar betrof de aanschaf van een cassave-raspmolen. Het was de eerste aanvraag die Pequenita kreeg en die perfect in onze doelstelling paste. Er was echter een probleem: grote delen van Suriname zijn slechts per korjaal te bereiken. Hoe deze machine in het dorpje te krijgen dat op een flinke afstand ligt van het bewoonde noorden van Suriname diep in het binnenland aan de rivier de Tapanahoni? Daarvoor heeft Paandasi, een zusterorganisatie van de vrouwengroep in Paramaribo, zorggedragen.

Waarom Pequenita?
De stichting Pequenita is op 24 juni 2005 opgericht door Trudie Betlem, antropologe met jarenlange managementervaring in overheidsorganisaties, ook in Paramaribo. Op haar 60e verjaardag besloot zij dat, nu zij 'alles' heeft, een deel van haar geld naar anderen die het minder goed hebben kan gaan. Zij koos voor vrouwen in ontwikkelingslanden. Zo begon Pequenita, wat 'kleintje' betekent.

Groot feest
De reizigers van Trésor deden op hun donateursreis Moi Taki aan. Thomas Polimé, antropoloog en reisbegeleider van de Trésor-reis, afkomstig uit Moi Taki heeft het contact tussen Trésor en Pequenita tot stand gebracht. Afgesproken werd dat de Trésor-reizigers namens onze stichting de cassave-raspmolen op 16 februari zouden overhandigen. Op die bewuste dag was het groot feest in Moi Taki. De bewoners, vrouwen, mannen en kinderen stonden verlangend uit te kijken naar de aankomst van de Trésor-reizigers. Ze zouden niet alleen een nachtje blijven logeren, ze zouden ook iets overhandigen - een grote wens van de vrouwen. De Trésor-reizigers Lotty Sonnenberg en Loek van der Klugt hebben dat moment uitgebreid gefotografeerd. Van hun cd-rom presentatie mocht Pequenita foto's voor haar website gebruiken.




Marja Hoogbergen draagt de raspmolen
over aan "Wi sa wani du".

Het oude handwerk.
foto"s Lotty Sonnenberg en Loek van der Klugt
De vrouwengroep van Moi Taki

De groep 'Wi sa wani du' bestaat al enige tijd en krijgt ondersteuning van de lokale ontwikkelingsorganisatie NGO Forum in Paramaribo. De vrouwen leerden hoe ze zich beter kunnen organiseren en volgden onder andere een cursus vergadertechnieken. Als voorzorgsmaatregel tegen malaria zijn ze gestart met een klamboeproject. Ze maken zelf klamboes om te verkopen.
In het binnenland van Suriname is de cassave, die vooral de vrouwen op de kostgrondjes verbouwen, het basisvoedsel. Voor de 'kwak' die hiervan wordt gemaakt, moeten de vrouwen de cassave eerst schillen en raspen. Vooral dat laatste is zwaar werk, niet al te best voor de rug door de akelige houding waarin het werk moet worden gedaan. Daarom vroeg de vrouwengroep aan Pequenita om de cassaveraspmolen te financieren en ook om materialen voor een huisje waarin de molen beschermd zou zijn tegen weersinvloeden.
Het initiatief is van de vrouwen van Moi Taki zelf gekomen. Het is bekend dat ontwikkelingsprojecten de meeste kans van slagen hebben als goed geluisterd wordt naar wat de plaatselijke bevolking wil. Daarom en omdat de molen ten goede zou komen aan de hele gemeenschap, was het bestuur van Pequenita enthousiast om deze aanvraag van de vrouwengroep te honoreren.


Het eerste machinale raspsel.
De molen, de golfplaten voor het huisje en het vervoer werden gefinancierd en afgesproken werd dat de vrouwen in Moi Taki de inkomsten uit hun nieuwe machine zullen investeren in bijvoorbeeld een rijstpelmolen. Aan de doelstelling van Pequenita - de sociaal-economische onafhankelijkheid van vrouwen bevorderen - is hiermee voldaan.
De eerste projecten van Pequenita zijn verwezenlijkt, mede dankzij een aantal vrienden. Inmiddels heeft Pequenita de stichting Trésor als vriend gekregen en zijn zij virtueel aan elkaar 'gelinkt'. Hoe meer mensen op de een of andere manier hun steun geven, des te meer vrouwen en daarmee ook mannen en kinderen in ontwikkelingslanden daarvan zullen profiteren. Wilt u meer weten kijk dan eens op onze website www.pequenita.nl.



inhoudsopgave Over vogels tijdens de Trésorreis 5 t/m 28 februari 2006

Een schatkist vol vogels

Frank van den Haak

Na lang en diep geslapen te hebben werd ik wakker.
Het was buiten al licht. Ik hoorde vogels fluiten. De heggenmus zong zijn brabbelliedje, een merel schetterde en even later startte een koolmees zijn krachtige tweetonige zang. Ik herkende alle vogels die ik hoorde, ik was weer thuis! Dat was drie weken lang geheel anders geweest. Met name in het oerwoud hoorde je allerlei vogels de mooiste geluiden maken, maar wie de roeper of zanger was bleef onbekend. Zij zaten boven in de kruinen en dat is erg hoog in een oerwoud. Mierenetende vogels zitten laag bij de grond, maar ook daar ontnemen de planten het zicht.


Ramphocelus carbo venezuelensis
foto Olivier Tostain
Cultuurvolgers
Op overnachtingsplekken, hotels en hangmatresorts, hebben doorgaans open ruimten om zich heen. Dat is heel erg prettig als je vogels wilt kijken en dat wilde ik! Ik was voor het eerst in de tropen en ik had me voorgenomen niets te missen. Een locale vogelkenner had mij de avond te voren bloemen aangewezen en verteld dat bij het ochtend krieken hier kolibries te zien waren. De eerste ochtend was ik daarom met zonsopgang al in de hoteltuin te vinden. En er zouden nog vele van dergelijke ochtenden volgen. Ik heb mijn kolibries gezien, maar niet lang. Met hun snelle vleugelslag komen ze 'floep' te voorschijn en zijn ze ook weer 'floep' verdwenen. De verschillende soorten lijken erg op elkaar en, voor zo ver ik gehoord heb, zingen ze niet. Ik durf daarom geen namen te noemen. Ik zag gelukkig veel meer, een berg vogelsoorten die zich thuis voelen in het biotoop 'mensenwereld'.
Tussen die mensenwereldvogels zitten heel mooie en grappige dieren. Bijvoorbeeld de Silver-beaked Tanager, Ramphocelus carbo venezuelensis, zijn kleur is zo donkerrood, dat het haast zwart lijkt. Net als onze mus begeeft hij zich op de al of niet verlaten eettafels en doet zich te goed aan de kruimels. De mannetjes hebben een opvallend brede bek met opzij een zilveren glans. Vandaar de naam 'zilverbek'. Een onmiskenbare vogel die het geluid maakt als de roep van de grote bonte specht.
Bij ons kent iedereen de merel. Deze heeft een net zo algemeen tropisch neefje. Hij is hier echter niet zwart maar heeft een grijze kop, bruine vleugels en een lichte borst. Hij heet dan ook vaalborst lijster, Turdus leucomelas. Hij kan echter nog wel op zangles bij z'n Europese neef. Hoewel, het schemert in de tropen nauwelijks en dan is de merelzang op z'n mooist.
Een echt komisch vogeltje in de hotel- en andere tuinen was de Blueblack Grassquit, Volatinia jacarina. Het is een vooral zwart glanzend vogeltje dat onopvallend graszaadjes eet. Tot dat hij het op z'n heupen krijgt en vanaf een takje 'tetsjri' roept en als een duiveltje uit een doosje 20 cm omhoog vliegt om even zo snel weer op het takje neer te dalen.
Veruit de meest voorkomende als onopvallende vogel is de Palmtangara, Thraupis palmarum melanoptera. Er staan nogal wat palmen, dus zie je ook palmtangara's. Het was een van de eerste vogels die ik zag, maar mijn beschrijving 'licht groen met de achterhelft van vleugels en staart zwart' zei mijn Guyaanse vogelleermeesters Olivier en Kévin niets. Pas op bladzijde 9 van mijn aantekeningenboekje heb ik z'n naam opgeschreven, toen heb ik de palmtangare uit het dikke boek 'Birds of Venezuela' kunnen plukken. Zodra we niet meer in de 'echte' natuur waren zag je ze.
Een vogel die ik meer hoorde dan zag, hij klonk als het rateltje van onze braamsluiper maar dan wat melodieuzer, was de House wren. Deze naam vertalen in het Nederlands doet de vogel geen eer aan. Dat zou namelijk huiswinterkoning zijn. Een koning woont in een paleis en winter heb je al helemaal niet in de tropen. De vertaalde Surinaamse naam 'godsvogeltje' is veel eleganter. Deze Troglodytes aedon is een van de zoveel godsvogeltjes die in de vogelgids staan. Zoals bij meer vogels heeft elk biotoop zijn eigen soort. Kom je dit bruine vogeltje met opgewipt staartje tegen bij het water dan is het Troglodytes venezuelensis, die zagen we waar we in de boot stapten om het Kawmoeras te veroveren. Kom je hem tegen in de bergen (Brownsberg), dan is het de Henicorhina leucosticta, de Grey-breasted Wood-Wren. Maar die herken je ook aan de witte zijkant van z'n kop met een zwarte oogstreep.

Kawmoeras
Aan de voet van de bergketen waar Trésor op ligt bevindt zich een uitgestrekt moeras, het Kawmoeras. Dit heeft een vegetatie die goed zicht biedt op de avifauna. Vanuit twee snelle motorboten lieten wij de pracht van het moeras aan ons voorbij gaan. Met de folder in de hand van het Kawmoerasbezoekerscentrum leek het een koud kunstje om de ons passerende vogelsoorten te herkennen. Er werd echter flink doorgevaren zodat kleine vogeltjes tussen het riet sneller voorbij waren dan me lief was. Echter, een vogel die je niet kon missen was Ani, Crotophaga ani. Hij is zwart, 35 cm en heeft een opvallend dikke snavel. Het zijn sociale dieren die vaak in een groepje op een tak zitten.


Phalacrocorax brasillianus

Egretta thula
foto"s Olivier Tostain
Het is mij een paar keer overkomen dat ik van grotere afstand dacht dat er een groot dier op een tak zat. Dichterbij gekomen bleek het een rijtje Ani's te zijn. Hij schijnt familie te zijn van de koekoek, maar legt geen eieren in andermans nest. Sterker nog, vrouwtjes broeden met elkaar in één nest.
En dan de ijsvogels, een dier met net zo'n onmogelijke naam als de winterkoning. Kingsfisher of Martin-pêcheur klinkt beter. Maar hoe tropisch het ook was, ik vind de 'vliegende dolk' in ons land tropischer kleuren hebben dan z'n familieleden die wij tegenkwamen. Er moeten drie soorten voorkomen, ik kwam niet verder dan een grote en een kleine soort. Die grote was ongetwijfeld de Ceryle torquata, met een geheel rode onderkant en met alleen een witte hals. De twee kleinere soorten zijn gelijk gekleurd, met slechts een rode band over de borst.
Ik heb opvallend weinig eenden gezien, vergeleken met de vele soorten die met name in de winter massaal in Nederland bivakkeren. In Frans Guyana was de Muskuseend, Cairina moschata, de enige. Je ziet hem op het erf bij (kinder)boerderijen ook wel eens waggelen. Ik vind het een beetje een lelijk beest, vooral zwart met wat rood gelubber aan de bovenkant van de snavel. Maar als het je enige eend is moet je er natuurlijk zuinig op zijn.
Met reigersoorten was het beter gesteld. Deze zijn over het algemeen aan de grote kant en daarom makkelijk te bekijken. De gezelligste reiger vond ik de koereiger, Bubulcus ibis. Eerst leken ze op grote grijze stenen te staan, maar dit bleken buffels die tot hun kin in het moeras stonden. Behoorlijk stomme gedachte van me over die stenen, want natuurlijk staan koereigers op koeien. Reigers die bij mij thuis ook in het natuurgebied om de hoek staan, zijn de kleine zilverreigers. Met de aalscholvers waren dat eigenlijk de enige dieren die ik dacht al te kennen uit ons eigen land. Mis, doordat die grote zee er tussen zit hebben zich in de loop van de tijd aan beide zijden van de Atlantische oceaan andere soorten gevormd. Die aalscholver heet de Bigua Aalscholver, Phalacrocorax brasilianus. Een tweede soort aalscholver, die vooral zwemmend de aandacht trok, was de Amerikaanse slangenhalsvogel, Anhinga anhinga. Slechts met z'n nek bovenwater bewoog deze als een opgerichte slang door het water. De kleine zilverreiger was, hoe kan het ook anders, de Amerikaanse, Egretta thula. Echter, de grote zilverreigers, Ardea alba, was wel weer gelijk aan de Europese soort. Deze zal minder lang geleden de zee zijn overgestoken.
Ik verwacht dat ik ook zal veranderen als ik langere tijd in de tropen woon en ik door die Atlantische oceaan gescheiden wordt van de West-Europese wereld. Hier in het noorden moest je van oudsher zomers hard werken om genoeg eten te hebben om de winter door te komen. Toen is genetisch al de kiem gelegd om workaholic te worden. Als er geen winters zijn en het hele jaar er altijd wel ergens een mango klaar ligt om op te eten en het bovendien te warm is om je te veel uit te sloven, dan kom je vast vanzelf in een nieuwe gemoedstoestand, leven per dag en morgen zien we wel weer. Drie weken waren daarvoor te kort. Net terug in ons koude kikkerlandje vroeg ik mij de eerste week nog wel af waar iedereen toch zo druk mee bezig was. Maar na een week deed ik weer net zo hard mee.


Arundinicola leucocephala, witkopvliegenvanger

Jacana jacana (jong)
foto"s Olivier Tostain
Nog twee vogels die ik graag wil noemen zijn de Jacana en de witkopvliegenvanger. De zwarte jacana, Jacana jacana, is de mascotte van het Kawmoeras, een soort waterhoen, maar dan wat kleuriger. Vooral als hij opvloog lichtte het geel aan de onderrand van de vleugel op. De witkopvliegenvanger, Arundinicola leucocephala, is een vliegenvanger die gewoon goed te herkennen is, en dat is best eens prettig. Al die andere vliegenvangers lijken zo op elkaar, allemaal geel, dat mij de moed ontbrak om pogingen te doen deze te onderscheiden.

Oerwoudklanken
Tja, vogels kijken in het oerwoud, dat vind ik niet altijd makkelijk met al dat groen voor me, achter me, links van me, rechts van me en boven me. Gelukkig wisten we door goed op te letten het geluk af te dwingen en hebben we prachtige vogels gezien. Meestal moest je met je oren kijken.
Tijdens de lunch in Patawa werden we verblijd door een groepje Paradise tangara's, Tangara chilensis coelicolor. In het Frans heet deze vogel Calliste septicolore. Zeven kleuren dus, prachtige kleuren! Een groene kop met een zwarte ring om de ogen, een donkerblauwe baard en een metallic lichtblauwe buik, de rug rood, de stuit geel, schouders en staart zwart en ook de vleugels zwart met blauwe dwarsstreepjes. Dat zijn dus zes kleuren, maar wel een heel mooi vogeltje.
Zo verwachtte ik ze in de tropen. Het is echter niet allemaal goud wat er blinkt, niet alle vogels hebben exotische kleuren. Gelukkig maken vele daarvan wel exotische geluiden. En het leuke daarvan is dat, als je goed luistert, je meteen weet hoe die betreffende vogel heet. Tenminste in de inheemse taal. In het oerwoud bij Thomas werden wij getrakteerd op de Pai Paio, een vogel die melodieuze kermisklanken voort bracht. Te zien kregen we hem echter niet. Terug in het kamp bij de gezellige borreltafel, toen wij alweer aan de heerlijkste dranken zaten, bladerden Thomas en z'n crew door 'The Birds of Venezuela'. Na veel overleg en discussie werd de Pai Paio aangewezen, een vrijwel egale grijze vogel. Het was de schreeuw piha, Lipaugus vociferans, geweest die het bos met exotische geluiden vulde. Ik heb van z'n zang genoten, maar het schijnt dat mensen die vogelgeluiden opnemen een hekel aan hem hebben omdat hij in alle opnamen nogal overheerst.
Een andere producent van speciale geluiden was de Capuchonvogel, Perissocephalus tricolor. Hij klonk alsof er een puber op een brommer aan het crossen was. Overigens is deze Capuchonvogel wel heel bijzonder om te zien, maar ook hij bleef verborgen in het groen.
In ons eigen Trésor-oerwoud werd ook flink muziek gemaakt. Daar klonk o.a. een helder meertonig concert, dat een vrolijke glazenwasser niet zou misstaan. Het werd ten gehore gebracht door de musician wren, Cyphorhinus aradus, een soort winterkoninkje met een verticaal gestreept nekje.
Onze oranje rotshaan, Rupicola rupicola, heeft trouwens ook een mooie roep in huis, alleen die hebben we niet gezien en niet gehoord. Hij is vooral actief in de vroegste ochtend, terwijl wij vol verwachting ergens midden op de dag zijn territorium betraden.
Nog zo'n prachtige oerwoudfluiter is de witte klokvogel, Procnias alba. Deze vogel, het mannetje althans, is helemaal wit en heeft een zwarte draad vanaf z'n snavelbasis naar beneden hangen. Niet dat ik dat gezien heb, ondanks dat ik een halfuur op diverse plekken op de Brownsberg op m'n rug op het strooisel lag en de kruinen lag af te zoeken. Steeds klonk weer z'n 'Tong hii', als een klok, maar de klepel heb ik niet zien hangen! Hij laat z'n klok alleen in de droge tijd in bergbossen weerklinken, we waren er dus op het juiste moment.
Nog zo'n liefhebber van bergbossen is de kamikami of te wel de trompetvogel, Psophia crepitans. Ze schijnen makkelijk tam te maken te zijn en dankzij het voederen van deze dieren op de Brownsberg was het een fluitje van een cent om ze te zien. Maar terug in het oerwoud lieten ze ook hun getrompetter horen.

Grietjebie
Een vogel die zoveel voorkomt dat je hem bij wijze van spreken haast overal uit je nek moet kloppen, is de grote kiskadie, Pitangus sulphuratus, beter bekend als de grietjebie. Wie kent hem niet, overal schreeuwt hij z'n naam. Een zeer bekende vogel met een gele buik, witte keel en veel bruin aan de bovenzijde. Hij heeft een witte band om zijn hoofd, die begint bij zijn stevige snavel.
In Moi Taki liep ik voor het ontbijt achter een vogelgeluid aan te jagen in de hoop de zanger in beeld te krijgen. Op het schoolplein werd ik bekeken door een groepje vroege leerlingen. Ik stapte op ze af en probeerde ze uit te leggen wat ik aan het doen was. Hoewel ik zuiver Nederlands sprak en al hun lesboekjes ook in het Nederlands zijn, zeiden ze geen woord terug. Ze keken me alleen maar aan met hun grote ogen. Ik wees ze op een

Pitangus sulphuratus, Grietjebie
roepende grietjebie en noemde z'n naam. Ik groette beleefd en vervolgde m'n vogeljacht. En kwartiertje later liep ik terug langs de school naar de ontbijttafel. Het groepje leerlingen zag mij voorbij lopen en riep vol enthousiasme 'Grietjebie!'. Ik zwaaide lachend terug, maar of mijn educatie nu wortel had geschoten of dat ik voortaan bij deze jongens Grietjebie heet weet ik niet.
Grietjebie heeft een hele rij broertjes en zusjes die erg op elkaar lijken. Eentje die goed te onderscheiden is vanwege z'n grijze kop en die ook veel voorkomt is de koningstyran, Tyrannus melancholicus. In Suriname heet hij Krontogrietjebie, maar wordt omdat hij lang stil zit en een grijs hoofd heeft ook tontolie genoemd: 'oude vrouw zonder tanden'. Vanaf het balkon van ons hotel in Paramaribo, Alberga, heb ik naar een voorstelling van zo'n oude vrouw gekeken. Er zat er eentje aan de overkant op een kabel, stil te wachten op een lekker hapje. Om de paar minuten vloog hij op en keerde doorgaans terug met een vette libel in z'n snavel. Vanuit een luie stoel met een koele drank is het zeer relaxed vogelen, echt chillen.

Roofvogels
Een rijke natuur heeft ook een keur aan roofvogels, het topje van de voedselpiramide. Mijn lieveling was de zwaluwstaartwouw, Elanoides forficatus. Hij lijkt op een sierlijke grote zwaluw en is helder wit met zwarte staart en achterkant van de onderkant van z'n vleugels. Dat z'n staart en vleugels ook aan de bovenkant zwart zijn, zie je niet, omdat hij meestal hoog boven je zweeft op jacht naar insecten. Maar vanaf de Brownsberg kon ik ook bovenop ze kijken tijdens hun sierlijke vlucht. 'hun', omdat je er vaak meerdere tegelijk ziet. Ook toen ik op m'n rug lag, op zoek naar de klokvogel, zag ik ze vlak boven de boomtoppen vliegen.
Dat we, Heleen, Leen en ik in Galibi de langsnavel wouw, Chondrohierax uncinatus, zagen was een buitenkansje. Het is een zeldzame vogel die je vooral treft in de buurt van natte bosgebieden en oude plantages, dus vooral in het kustgebied. In een folder over Galibi stond vermeld dat hij in Suriname alleen op Galibi broedt. Hij heeft een lange snavel waarmee hij slakken uit hun huisjes kan peuzelen. Naast dat hij zeldzaam is, is hij ook erg mooi. We zagen hem voor ons poseren op een kale boom, een grijs-blauwe vogel met geel-oranje poten en snavel en een lichte borst met dwarsstrepen.
En dan natuurlijk de gieren, in het oerwoud zie je vooral de geelkop gier en aan de kust is het de zwarte gier die de dienst uitmaakt. In Galibi fungeerden ze als vuilnismannen. De erven van de huizen waren schoon, kaal zand, maar de erfafscheiding bestond vaak uit afval. Vooral plastic, want al het eetbare was reeds in de magen van de gieren verdwenen. Hele kuddes zaten in de bomen of huppelden over het strand. Opvallend vond ik dat ze soms net als aalscholvers met hun vleugels uitgespreid in de zon stonden, waarschijnlijk om ze te laten drogen. Nat van het vissenvangen waren die vleugels niet, het is vast een aanpassing aan een biotoop waar 5 tot 8 meter water per jaar valt, dan moet je nog wel eens opdrogen.
Op de Marowijne ontmoetten we ook regelmatig de visarend, Pandion haliaetus. Helaas heb ik er nooit een gezien die een vis ving, meestal vlogen ze weg, ik neem aan dat ze niet zo gesteld waren op onze snelle korjaal met z'n 75 pk motor. Net als wij, zijn die visarenden gasten, ze broeden in Noord-Amerika, maar vinden het daar 's winters te koud en overwinteren in de tropen. Als ik vleugels had zou ik hetzelfde doen.
Eenmaal vloog er boven de Marowijne een zwart-witte kuifarend, Spizastur melanoleucus, voor ons weg. Deze arend heeft een fraai getekende kop, wit met een zwart petje op (z'n kuif) en een zonnebril. Z'n vleugels zijn van boven pikzwart en vanonder is hij spierwit met aan de zomen van staart en vleugels een dun zwart randje.

De tuin van Hanny
In Cayenne bezochten we het herbarium. In Paramaribo stond net zo'n bezoek op het programma. Eerst dachten we: 'alweer naar een herbarium', maar goed, het was nu eenmaal afgesproken en we wilden Wim het ook niet aandoen alleen te gaan. Het pakte echter zeer positief uit. Na een boeiend bezoek aan het herbarium van Suriname werden we geïnviteerd door onze gastvrouw, Hanny van de Lande, om 's middags haar tuin te bezoeken. Daar ging het dus over haar geurende en genezende planten, maar ik kon het niet laten elk vogeltje dat voorbij kwam belangstellend te volgen. Met dank aan Hanny die sommige vogels voorzag van Surinaamse namen.
De lijsters heten dus boontjedief. Daar heb je verschillende soorten van. De meest wonderlijke zag ik in Albina, de gebrilde boontjedief, Turdus nudigenis. Hij heeft een grote gele ring om z'n ogen, echt geen gezicht. Nog zo'n dief in Hanny's tuin was het suikerdiefje, Coereba flaveola, een klein uitgevallen grietjebie (10 cm) die met z'n scherpe priemsnaveltje een gaatje in een bloem boort om de honing eruit te halen. De kaneelattila, Attila cinnamomeus, is een prachtig kaneelkleurig vogeltje, maar die zag Hanny niet, zij vertelde honderd uit over haar planten. Ik inviteerde haar om mijn Tropische Kas te bezoeken. Hoewel ze deze zomer haar broer in Beverwijk opzoekt sloeg ze de uitnodiging beleefd af, want daarna ging ze meteen naar Frankrijk, met als motief dat het weer daar beter is. Wat moet je ook in dat koele Nederland als je uit de tropen komt?

Kolibries
Ik zag ze regelmatig, niet alleen in hotel tuinen en niet alleen 's ochtends vroeg. Ze snorden voorbij, dan weer honingpeurend, soms dacht ik echt dat ik een grote hommel zag dat dan toch weer een kolibrie bleek te zijn. Vogels houden erg van rood en daarom zijn veel bessen bij ons rood. Als een bloem door vogels bestoven wil worden moet hij rood zijn. De hangende lampjes van de Hybiscus kunnen op kolibries rekenen, maar ook de met honing gevulde schijnbloemen die boven in het tropisch regenwoud groeien. De meest voorkomende kolibrie is de franje amazilia, Amazilia fimbriata, die heb ik dus vast gezien! Maar in het Kawmoeras heb ik Olivier ook "old green hummingbird" horen noemen, die heb ik helaas in geen boek of website kunnen terugvinden.

Spechten
Spechten zingen niet, ze roffelen, typisch een vogel die je meer hoort dan ziet. Maar ik had het geluk ze in beeld te krijgen, twee nog wel! Dat was na de nacht doorgebracht te hebben in een soort muziekkoepeltje aan de Marowijne. Er kwamen zomaar twee gestreepte helmspechten, Dryocopus lineatus, uit het oerwoud gevlogen. Het zijn zwart-witte vogels met een prachtige grote rode kuif op de kop, echt zo'n Woody Woodpecker-beest.

Buidelvogels
Wevervogels zijn een fenomeen dat wij in Nederland niet kennen. De wielewaal is weliswaar familie en weeft kunstig z'n nest om wat takken, maar het blijft het wel bekende nestbakje. Tijdens onze reis hebben we regelmatig bomen vol zien hangen met buidels. En als dat de aandacht niet trok was het wel het luidruchtige gekwebbel van de bewoners. 'Krek wak wou', riepen ze met hun forse stem, in het Fries betekent dat 'precies wat ik wilde', een prachtige naam voor een leuk huisje op het Friese platte land. Maar nu dus, in de tropen, bomen vol met geweven buidels, soms meerdere aan elkaar, bewoond door vooral de geelstuit buidelspreeuw, Cacicus c. cela, en bij het hotel woonde in de achtertuin ook de roodstuit buidelspreeuw, Cacicus h. haemorrhous. Echter, als de buidelspreeuwen niet oppassen komen vogels als de piraat vliegenvanger, Legatus leucophaius, in die mooie buidels broeden. Nestparasitisme noemt men dat.

Zee
En toen kozen we het ruime sop, met een catamaran naar Duivelseiland. Dat betekende dus dat we weer een nieuwe groep vogels mochten bewonderen. In de haven van Kourou was een schaarbek, Rynchops niger, op zijn karakteristieke manier aan het vissen. Hij vliegt vlak boven het water en laat z'n onderste snavelhelft in het water hangen. Zodra hij iets voelt klapt in een reflex de snavel dicht. Hierbij zal hij niet de 4-ogige visjes, Anableps anableps gevangen hebben. Die hobbelden met de branding mee.
De fregatvogels, Fregata magnificens, spraken ook zeer tot mijn verbeelding. Het is een grote mooie slank uitgesneden zwart-blauwe vogel met lange zwaluwstaart. Fascinerend aan deze vogel is de krop van het mannetje die vuurrood is en die hij tot buitengewone proporties kan opblazen. Helaas zagen we dat fenomeen niet, maar eigenlijk is het ook geen gezicht.
Op de weg terug naar Kourou scheerden er nog zeezwaluwen, of te wel stormvogeltjes vlak boven de golven. Kévin was zeer opgetogen, voor hem waren het z'n eerste stormvogels. Ik heb ze niet eens opgeschreven en weet dus niet meer welke soort het precies was. Kévin vast nog wel. Terug in de haven, waar we pogingen ondernamen om een groepsfoto te maken, werden we verwelkomd door de Glanskoevogel, Molothrus bonariensis. Dat is een zwartglanzende vogel, althans het mannetje, want het vrouwtje is grijs. Dat mannetje had wel iets van kauwtjes. Het vrouwtje echter gedraagt zich als koekoek en legt in jan-en-allemans nesten eieren.

Nieuw
De meest wonderlijke vogel die ik zag vond ik de Potoo, Nyctibius griseus, in het Nederlands de grijze reuzennachtzwaluw. Die zagen we tijdens onze nachtelijke vaartocht bij Thoma. Het zijn dieren met een geweldige schutkleur. Daarnaast zitten ze doorgaans in paalhouding, zelfs als ze in een kuiltje van een tak of bovenop een recht afgebroken takeinde hun ei leggen, dus je ontdekt ze vrijwel niet. Hij leeft 's nachts van het met z'n heel grote bek vangen van insecten, dat bevordert het zien van dit dier ook al niet. Maar met de zaklamp lichten z'n ogen op en ontdekten we hem boven in een boom op een tak boven het water.




Vogelzangtoernooi in Suriname
Kooitjes

Veel Surinamers houden erg van vogels, althans in een kooitje. Dat is handig want dan kunnen ze hem overal mee naar toenemen. Ik zag zo links en rechts kooitjes met inhoud hangen, maar ook kooitjes onderweg. Eén keertje zat er een zwartkopsijs, Carduelis magellanica, in, alle andere keren waren het Picolettes (zwartkopzaadkraker, Sporophile curio). Ook de Twa Twa (dikbekzaadkraker, Oryzoborus crassirostris), Gelebek en Rowti (dwergdikbekje, Sporophila minuta) zijn geliefde kooivogeltjes.
Zowel in Suriname als in Nederland worden hiermee vogelzangtoernooien gehouden (zie foto).

Duiven
De musduif, Columbina passerina, is een turkse tortel zo groot als een mus. Hij broedt op de grond tussen het gras en vliegt pas weg als je bijna op hem staat. Bij de eerste keren dat ik ze zag vliegen herkende ik ze niet. Ze vliegen namelijk opvallend snel en de kleur van een vliegende vogel is anders dan van een vogel in rust. Vliegend lijken ze opeens bruin door de bruine onderkant van de vleugels. Je komt ze regelmatig in dorpjes tegen en ze zijn echt schattig.

Toekans
De Gyana-pepervreter, Selenidera culik, was zo ongelukkig om tegen de bus te vliegen. Dat gaf ons de gelegenheid om deze toucanet van dichtbij te zien. Deze kleine toekansoort bloedde uit z'n grote snavel, maar is later toch weggevlogen. Andere toekans die we zagen waren in gevangenschap, gekortwiekt. Ik zie ze dan toch liever ver weg hoog in de bomen vliegen, zoals de ochtend bij Patawa. Ik weet niet welke toekans daar in de verte kabaal schopten, maar zag wel dat ze genoten van hun vrije leven.

Slot
Ik heb maar een piepklein stukje van de tropen gezien en heb nog niet eens alle vogels genoemd die ik ontmoette, zo rijk zijn de tropen, niet te beschrijven. Nu zijn deze vogels tot zoete herinneringen geworden. Deze schatkist wil ik koesteren, ik zal weer een aantal m² Trésor aanschaffen...



inhoudsopgave Mevrouw Elly Versfelt adopteerde 550 m² Trésor

Ook de plaatselijke bevolking moet er beter van worden

Interview door Aart de Lang

"El, dit is echt iets voor jou!" Die tip van haar zus, Annelies, die als vrijwilligster in de Botanische Tuin in Utrecht werkt, was voor Elly Versfelt uit Gouda aanleiding om zich eens te verdiepen in het Tresorproject. Elly is nu al een aantal jaren een van onze zeer gewaardeerde donateurs. Inmiddels heeft zij maar liefst 550 vierkante meter Tresor geadopteerd!

Vanaf haar kinderjaren, die zij in Bussum doorbracht, is Elly altijd bezig geweest met de natuur. En dan vooral met vogels. De liefde voor de natuur werd haar door haar moeder, zelf een grote natuurvriendin, met de paplepel ingegoten. Later, in de padvinderij, ontwikkelde zij haar liefde voor vogels. En die is haar bijgebleven. Zo schrijft ze nog steeds gedichten met vogels als thema. Toen ik haar in het gesprek dat we hadden, vertelde dat ons bestuurslid in Frans Guyana, Olivier Tostain, de grote vogelkenner van Frans Guyana is (en auteur van "Oiseaux de Guyane."), was ze direct enthousiast.

Elly Versfelt: "Trésor is een solide organisatie".

Wat Elly in ons Tresorproject vooral aanspreekt, is zoals ze het zelf heel zorgvuldig verwoordt: "Het openen van de ogen van natuurliefhebbers voor het belang van het behoud van een stukje van de wereld dat zoveel inhoud en kracht heeft en dat aan anderen te laten zien. Onze wereld is groter dan Europa. Daar komt nog bij dat er met vrijwilligers wordt gewerkt. Er blijft niets aan de strijkstok hangen. Al het geld dat de donateurs schenken wordt daadwerkelijk aan natuurbehoud besteed." Dat steekt schril af bij organisaties die haar regelmatig bellen om te investeren in teakplantages. Elly wil dan altijd weten in hoeverre zo'n project de plaatselijke bevolking ten goede komt. Wanneer de verkoper haar dan probeert duidelijk te maken hoeveel rendement haar investering voor haar persoonlijk zou opbrengen, ontstaat het grote misverstand als ze de verkoper dan aan het verstand probeert te brengen dat zij er zelf helemaal niet beter van hoeft te worden. Dan valt zo'n verkoper stil. Hij is er immers op getraind om de financiele winst te promoten.

Elly vindt het heel belangrijk dat Tresor een solide organisatie is, gesteund door de Universiteit Utrecht. Ook de plaatselijke bevolking moet in haar optiek participeren in het project, er in zekere zin beter van worden. Onderzoek naar het voorkomen van geneeskrachtige planten in het gebied zou haar ook zeer aanspreken. Ik heb haar verteld over de goede contacten die er zijn gelegd met de Universiteit van Cayenne en de uitwisseling van studenten die in gang is gezet. De positieve houding van de burgemeester van Roura ten aanzien van ons project en zijn overtuiging dat Tresor ook de plaatselijke bevolking ten goede zal komen, leidden ertoe dat hij ons tijdens ons bezoek in februari 2006 de ereplaquette van de gemeente Roura overhandigde. Elly was blij te horen dat we er in slagen praktische samenwerkingsverbanden aan te gaan met plaatselijke overheden en natuurbeschermingsorganisaties als het Wereldnatuurfonds.

Elly is blij dat ze Tresor heeft ontdekt als een project waarmee je daadwerkelijk een substantiele bijdrage levert aan natuurbescherming in een gebied waar die hulp er echt toe doet. "Ik hoop echt dat er nog veel meer mensen zijn die Tresor ontdekken en zo iets kunnen doen om een betere wereld achter te laten voor onze kinderen."



inhoudsopgave

Anolis nitens
foto Kévin Pineau

Mabuya nigropunctata
foto Guillaume Feuillet

Tretioscincus agilis
foto Kévin Pineau

Plica plica

Uranoscodon superciliosus
foto Olivier Tostain foto Kévin Pineau

De Hagedissen van het natuurreservaat Trésor: onopvallende dieren

Kévin Pineau

Van de 43 soorten hagedissen die bekend zijn in Frans Guyana, komen er 20 voor in het natuurreservaat Trésor. De inventarissen zijn nog niet compleet, maar van deze groep dieren weten we beslist het meeste in het reservaat.
Laten we eens nader bekijken hoe deze biologische schat over het reservaat verdeeld is. De verschillende soorten Hagedissen bezetten vaak heel uiteenlopende ecologische niches. Deze verscheidenheid gaan we benaderen vanuit de verschillende gebieden van het reservaat.

Het natuurpad
De bezoekers van het natuurpad zullen zeker de kans krijgen talrijke hagedissen waar te nemen, vooral de soorten die tussen de afgevallen bladeren huizen.
Op de bodem komt men vooral soorten tegen die bruin van kleur zijn. Zoals b.v. Arthrosaura kockii, Leposoma guianense, Anolis nitens of Coleodactylus amazonicus. Deze laatste is de kleinste hagedis die in Frans Guyana voorkomt en een van de kleinste gewervelde dieren ter wereld.
In de bomen neemt men vaak hagedissen waar van het soort Plica en Anolis (behalve A. nitens). De Anolissen zijn buitengewoon spectaculair door de halskwab die ze kunnen uitvouwen bij de balts of om schrik aan te jagen.


Langs de kreken
Deze waterrijke omgeving huisvest heel karakteristieke hagedissoorten, in Trésor zijn er drie die duidelijk in het oog springen: Neusticurus rudis, Neusticurus bicarinatus, die beiden op de bodem leven, en Uranoscodon superciliosus die voorkomt in bomen.
Er zijn andere soorten die gewoonlijk wel in deze omgeving voorkomen, maar die op Trésor nog niet zijn geïnventariseerd, dat zal niet lang meer duren ...

Open gebieden: open plekken en kant van de weg
Op de open plekken komen twee bijzondere soorten voor: Mabuya nigropunctata en Tretioscincus agilis. Zij komen te voorschijn op de warme uren van de dag. Twee andere soorten komt men vaak tegen aan de kant van de weg en op open plekken: Ameiva ameiva en Kentropyx calcaratus.

De savannes
Tot op heden is er geen enkele soort specifiek in deze omgeving ontdekt. Op de andere savannes in het departement zijn er hagedissen die speciaal in deze omgeving voorkomen. Door nieuw onderzoek zouden ze ontdekt kunnen worden, tenzij ze er helemaal niet voorkomen omdat deze savannes grotendeels onder water staan in de regentijd en dat kan ongunstig zijn voor deze soorten.



inhoudsopgave

Kort nieuws

De donateursreis 2007 naar Tresor geniet veel belangstelling
De belangstelling voor de donateursreis 2007 naar Trésor is zo groot dat deze reis geheel is volgeboekt.
In totaal zullen 18 personen aan deze reis deelnemen.
Belangstellenden kunnen zich nog steeds opgeven. Bezien zal worden of een tweede reis in 2007 mogelijk is.
In het andere geval kunt u zich nu al opgeven voor de reis in 2008.
Stichting Trésor / Vijko P.A. Lukkien / Postbus 80084 / 3508 TB Utrecht / Bio.Tresor@uu.nl

Botanische Tuinen Universiteit Utrecht steunen Trésor
Een lang gekoesterde wens van Kévin Pineau, onze reservaatwachter van Trésor, gaat dankzij de steun van de Botanische Tuinen (UU) in vervulling.Door de uitstekende techniek, die de Tuinen in huis hebben, is het nu mogelijk om de informatiebordjes voor schoolklassen en bezoekers langs de educatieve route in Trésor via de computer, rechtstreeks vanuit Frans Guyana, in de Tuinen te laten produceren.
Tot op heden werd deze informatie (naam van de plant en interessante wetens-waardigheden) op papier gedrukt en daar in plastic geseald.
Veel van deze bordjes gingen steeds weer verloren, juist door de extreem vochtige omstandigheden in het oerwoud. Veel extra werk kan nu worden voorkomen, doordat de nieuwe informatiebordjes zeer goed bestand zijn tegen vocht!

Let op! Het redactie- en administratieadres van de Stichting Trésor is gewijzigd!
Het nieuwe adres is:
  • Stichting Trésor
    Drs. ing. Vijko P.A. Lukkien
    Postbus 80084, 3508 TB Utrecht
    Tel.: 030 253 74 36 Fax.: 030-2518366
    Email: Bio.Tresor@uu.nl
Gaarne adreswijzigingen en aanvragen voor cadeaucertificaten sturen naar dit adres.
Door een andere functie is het voor dhr. drs. L.J.W. (Bert) van den Wollenberg niet langer mogelijk werkzaamheden voor de Stichting Trésor te verrichten.
Op het vele werk dat Bert van den Wollenberg voor de Stichting heeft gedaan zullen wij in het volgende nummer van Trésor Nieuws uitgebreid terugkomen.

Informatie over Frans Guyana
  • Derk de Groot
    Stichting Trésor
    Ruysdaellaan 51,
    3712 AR Huis ter Heide (UT)
    tel.: 030 691 47 48
    drdegroot@planet.nl



inhoudsopgave

Colofon

Trésor nieuws
verschijnt 3x per jaar. De papieren versie wordt gratis toegezonden aan de donateurs van de Stichting Trésor

Redactie
Vijko P.A. Lukkien en Eric Augusteijn

Redactie-adres
Vijko P.A. Lukkien

Postbus
Telefoon
Fax
E-mail
Bankrekening   
80084, 3508 TB Utrecht
030 253 74 36
030 251 83 66
Bio.Tresor@uu.nl
78.47.36.618 t.n.v. Stichting Trésor, Utrecht
IBAN: NL44 TRIO 0784736618
BIC: TRIONL2U
Betaalt u met Internet bankieren? Gelieve dan uw naam en adres te vermelden.
Op dit adres kunt u ook adoptie-vierkante meters en cadeaucertificaten aanvragen.
Gaat u verhuizen?
Geef uw adreswijziging door aan ditzelfde adres.

Website
http://www.tresorrainforest.org
Webmaster: Eric Augusteijn, eric.aug@bigfoot.com

K.v.K.
41187239




Contact | Sitemap | Auteurs | Webmaster | ©2006 Stichting Trésor