Zoeken  Home  Contact
Stichting Trésor Utrecht

vorige
nummer volgende 
nummer

nummer 18, mei 2006

Inhoud

inhoudsopgave

Van de redactie


foto Olivier Tostain
Op het moment van verschijnen van nummer 18 van Trésor Nieuws is de donateursreis 2006 alweer achter de rug. Ook dit keer was de reis weer een groot succes. Dat blijkt ook uit de vele bijdragen in dit nummer waarin naar die reis wordt verwezen.

Naast de gebruikelijke aandacht voor de plantenwereld -zie het tweede artikel van de hand van Renske Ek- start dit nummer met het eerste deel van een tweeluik over de kleurrijke Pijlgifkikkers door Loek van der Klugt.

Aart de Lang neemt ons mee achter de schermen, waar door samenwerking met allerlei organisaties en personen het werk voor Trésor een extra dimensie krijgt. Ik lat u nog even in spanning.

Vervolgens kunt u kennisnemen van de impressies van één van de deelnemers aan de reis. Voor wie nog niet eerder zelf het regenwoud heeft meegemaakt is het steeds anders dan vooraf verwacht. Kévin Pineau en Derk de Groot nemen ons mee naar het reservaat en wat daar allemaal gebeurd is en nog staat te gebeuren.

Leendert Pons geeft ons een diepgravend inzicht in wat er zich in het verleden, in relatie tot de bodemsamenstelling en ontstaan ervan, allemaal heeft afgespeeld, en tot welke vegetatietypen dit heeft geleid.


inhoudsopgave

Dier van de maand

Loek van der Klugt

Pijlgifkikkers (1)
Loek van der Klugt

Hoewel het vooral de planten zijn die Trésor maken, zijn de daarin levende dieren natuurlijk niet minder belangrijk. Daarom en mede ter afwisseling, af en toe een 'Dier van de maand'. Deze keer de groep van amfibieën die behoort tot de familie Dendrobatidae, pijlgifkikkers.

Zijn boomkikkers vooral bewoners van de hogere regionen van het woud, pijlgifkikkers zijn voornamelijk bodembewoners. Dat neemt niet weg dat men bijvoorbeeld Dendrobates tinctorius wel eens bovenop de dikke stam van een omgevallen boom tegenkomt, vanwaar het dier dan als het ware zijn territoir overziet en dat de mini-gifkikker Minyobates ventrimaculatus wel tot enkele meters hoog kan worden aangetroffen. Anders dan de meeste boomkikkers springen gifkikkers niet van tak tot tak, maar hupsend klauteren doen ze best wel. De familienaam verwijst ook naar dat gedrag: Dendro = boom, batere = klimmen. Ander onderscheid: boomkikkers zijn hoofdzakelijk schemerings- of nachtactief, gifkikkers kun je gerust dagactief noemen. Daarnaast hebben ze een broedbiologie die je bij boomkikkers niet tegenkomt.

Dendrobates tinctorius in de kleurstelling en
grootte die typisch zijn voor het Kawgebergte
foto Lotty Sonnenberg, Trésor-donateursreis 2006

Minyobates ventrimaculatus bij woonholletje in boomstronk
foto Corrie Gerritsma, Emerald Jungle Village,
Trésor-donateursreis 2006.

Colosthetus beebei.
foto Loek van der Klugt, Trésor 2006.

Voordat taxonomen* zich met de Dendrobatidae gingen bemoeien, vonden liefhebbers dat het rijk van de gifkikkers tamelijk overzichtelijk was ingedeeld.
Voldeed een kikker voldoende aan de geldende criteria om pijlgifkikker (Engels: poison dart frog) genoemd te mogen worden, dan waren er op de eerste plaats twee grote groepen te onderscheiden: nogal kleurige en weinig kleurige. De weinig kleurige kikkers kon je zonder meer als een lid van het geslacht Colosthetus beschouwen. De kleurige kikkers behoorden hetzij tot het geslacht Dendrobates, hetzij tot het geslacht Phyllobates (= bladklimmers).
Dat onderscheid was voor liefhebbers met kweekervaring echter niet al te lastig: Dendrobates zet met omstreeks vijf per keer weinig eieren af en de larven zijn kannibalistisch, Phyllobates produceert met 20-25 eieren duidelijk meer eieren en de daaruit voortkomende larven zijn niet kannibalistisch.
Helaas, voortschrijdend inzicht, zoals dat zo fraai heet, maakte het volgens wetenschappers niet alleen nodig dieren aan de hand van nieuwe of extra criteria van het ene naar het andere geslacht te schuiven, maar ook nog eens de toch zo overzichtelijke geslachtsindeling met het opstellen van allerlei nieuwe geslachten heel wat minder behapbaar te maken.
Een van de ooit toegepaste criteria was bijvoorbeeld de samenstelling van het huidgif. Heel interessant, maar als criterium niet bruikbaar gebleken toen duidelijk werd dat de gifsamenstelling niet zozeer soortgebonden als wel voedselgebonden bleek te zijn. Het gif van een gifkikker hangt namelijk, net als bij rupsen, af van wat hij eet. Komt een soort dus op meerdere plaatsen voor en verschillen op die plaatsen de gifbepalende voedseldieren, dan zouden die kikkers op die andere plaatsen dus tot een andere soort behoren! Wel interessant natuurlijk, die kennis. Zo valt het te begrijpen dat het huidgif van Dendrobatidae in gevangenschap snel afzwakt en bij nakweekdieren nog nauwelijks aanwezig is. Immers, welke liefhebber kan zijn dieren geven wat die in de natuur allemaal happen? Overigens, het huidgif van gifkikkers mag dan soms zo sterk zijn dat met het gif van één Dendrobates terribilis (vandaar de naam - terribilis = de verschrikkelijke!) 10 mensen gedood zouden kunnen worden. Daarvoor moet het gif wel in de bloedbaan terechtkomen. Het werkt dan op het centrale zenuwstelsel. Symptomen zijn dan enorme krampen, ademnood, op hol slaan van het hart en uiteindelijk begeven daarvan.

Verder is het nu ook weer niet zo dat een gifkikker in gif gehuld gaat. Om het gif te doen vrijkomen moet de kikker zich sterk bedreigd voelen. Hij zweet het dan als het ware uit. Indianen die het gif voor hun (blaas)pijlen gebruiken (vandaar pijlgifkikkers) 'oogsten' het gif dan ook door de kikker aan een stokje te spietsen of ze boven een vuurtje te houden? Voordeel van het gebruik van dat gif: een daarmee aangeschoten aap verlamt meteen en valt daardoor uit de boom - door een kogel geraakt, verkrampt zo'n dier en houdt zich vast aan de tak waarop hij zat!
De functie van het huidgif voor de kikker zelf is afweer tegen schimmels en bacteriën die er in zijn leefmilieu in massa zijn en ook afweer tegen predatoren. Uit die laatste functie verklaart men dan ook wel de kleurigheid: de predator zou zich na eenmaal toegehapt te hebben wel een tweede keer bedenken zo'n kleurig hapje nog eens tot het zijne te maken. Een signaalfunctie dus! Aanhangers van die theorie wijzen graag op de geringere giftigheid van de weinig kleurige leden van het geslacht Colosthetus.
Dat kan best waar zijn, maar omgekeerd gaat dat verhaal zeker niet altijd op. Op Madagascar komen uitermate kleurige (dagactieve!) kikkers van het geslacht Mantella voor, die in het geheel niet giftig zijn en ook niet aan mimicry doen (= wel giftige dieren nabootsen). Omgekeerd zijn er weinig kleurige kikkers die best een sterk giftig huidsecreet bezitten. Voorbeeld daarvan is Phrynohyas venulosa (venulosa: venijn!) die juist vanwege de witachtige, giftige afscheiding die gestresste dieren produceren Melkkikker (Mirki toddo in Sranang tongo) wordt genoemd.
In Trésor zijn Phrynohyas hadroceps en Phr. resinifictrix waargenomen.

* taxonomen: biologen die zich met de naamgeving en de daarmee samenhangende indeling van levende wezens in families, geslachten, soorten en ondersoorten bezighouden.




inhoudsopgave

Bijzondere plantensoorten in het Trésor Reservaat

Renske Ek

In de afgelopen jaren is er een aantal studies naar de plantendiversiteit van het Trésor Reservaat uitgevoerd. Er is nu een overzicht van de verschillende vegetatietypen die vóórkomen in het reservaat, gekoppeld aan een globaal inzicht in de totale soortenrijkdom. Tot nu toe laten de opeenvolgende inventarisaties een nog steeds stijgende lijn zien in het aantal gevonden soorten (zie figuur 1).

Figuur 1. Toename van het aantal soorten bij de
verschillende verzamelexpedities 1996 - 2004


De teller van het aantal gevonden plantensoorten staat op dit moment op 1060. Hiermee komt het Trésorgebied naar voren als zeer soortenrijk, meewegend dat het reservaat (slechts) een oppervlakte heeft van ca. 24 km².

In het gebied komt ook een aanzienlijk aantal unieke (endemische) soorten voor, die alleen in het gebied van Montagne de Kaw worden gevonden en nergens anders in Zuid-Amerika. Endemische soorten worden gevonden op ge´soleerde plekken die een aantal unieke eigenschappen hebben. In het geval van de Montagne de Kaw (en dus het Trésor Reservaat) is dit de ligging als eerste bergketen vanaf zee, achter het Kaw moeras, wat resulteert in een extreem hoge regenval van meer dan 4000 mm/jaar. Dit is de hoogste regenval van Noordelijk Zuid-Amerika. Ter vergelijking: Nederland kent een jaargemiddelde van 800 mm/jaar.

In het Herbarium van Cayenne is veel materiaal uit de Guyana's (Frans Guyana, Suriname en (voormalig Brits) Guyana) en natuurlijk met name Frans Guyana én het Montagne de Kaw gebied aanwezig. Daar is heel veel kennis en expertise aanwezig over welke soorten endemisch zijn. Toch is er elke verzameltrip weer een aantal soorten dat ondanks al het aanwezige herbariummateriaal en alle literatuur en kennis vanuit Cayenne en Utrecht niet op naam te brengen is. Soms ligt dit aan de
FamilieSoort Wat is er speciaal
Hymenophyllaceae Trichomanes membranaceum nieuw voor de Mt. de Kaw
Pteridophyta Grammitis mollisima 2e collectie voor de Mt. de Kaw
Marcgraviaceae Marcgraviastrum pendulum nieuw voor Frans Guyana
Marcgravia pedunculosa nieuw voor Frans Guyana
Araceae Anthurium scandens nieuw voor de Mt. de Kaw, alleen 2 andere collecties in CAY elders gevonden
(CAY = herbarium van Cayenne)
Acanthaceae Mendoncia crenata nieuw voor Mt. de Kaw, alleen 3 andere collecties in CAY elders gevonden
Loranthaceae Psittacanthus lamprophyllus 2e collectie voor French Guyana
Euphorbiaceae Dalechampia brevicolumna nieuw voor Mt. de Kaw, endemisch in Frans Guyana
Asteraceae Mikania gleasonii 2e collectie voor de Mt. de Kaw
kwaliteit van het materiaal. Er zitten dan bijvoorbeeld te weinig ontwikkelde bloemen en/of vruchten aan om goed te kunnen determineren, of een essentieel kenmerk waarop verschillende soorten onderscheiden worden ontbreekt net bij het verzamelde plantenmateriaal. Soms ook lijkt het erop dat een soort nieuw is voor de wetenschap of in ieder geval nog niet eerder gevonden in Frans Guyana. Speciaal bij endemische soorten, die in een beperkt geografisch gebied voorkomen, is de kans aanwezig dat deze nog niet eerder is zijn verzameld.
Als onderzoeker is het vaak lastig om vast te stellen of een bepaalde plant ook daadwerkelijk tot een bijzondere endemische soort behoort. Over de hele wereld verspreid zitten botanici, taxonomisch specialisten, die alles afweten van één bepaalde plantenfamilie. De afweging of een soort nieuw is voor de wetenschap, of dat een soort een zeer beperkte geografische verspreiding heeft en tot de endemen gerekend kan worden, moet ook door deze specialisten gemaakt worden. Mocht blijken dat een in Trésor verzamelde plant nieuw is voor de wetenschap, dan moet deze eerst door de specialist beschreven worden en moet deze beschrijving gepubliceerd worden in een geaccepteerd taxonomisch tijdschrift.
Een voorbeeld van een plant die recentelijk is gepubliceerd is Passiflora kawensis, waarbij de specialist ook in de naam heeft laten terugkomen waar de nieuwe soort voor het eerst is gevonden. Inmiddels is deze soort ook in Suriname en Guyana gevonden.

Van 25 plantensoorten die in het Trésor Reservaat voorkomen weten we nu zeker dat ze behoren tot de categorie endemische of zeer zeldzame soorten. Een vijftal uit deze groep komt ook voor op de lijst van in Frans Guyana beschermde planten. Verder zijn in het Trésor Reservaat tot nu toe zo'n 15 plantensoorten gevonden waarbij het niet gelukt is, zelfs met de hulp van alle specialisten uit Utrecht en Cayenne, om deze op naam te krijgen. Vooral op het moment dat een bepaald vegetatietype in detail in kaart wordt gebracht, zoals bijvoorbeeld bij de laatste expeditie in 2004, waarbij de vier diep uitgesleten kreekdalen zijn onderzocht, worden vaak bijzondere soorten gevonden. In 2004 waren dat de volgende 8 soorten:


Groot is dan soms de verassing als juist dit plantje
zo'n bijzondere vondst blijkt te zijn.
Vaak heeft het vinden van deze soorten te maken met goed kijken. Een goed voorbeeld hiervan is de eerste plant uit het rijtje: Trichomanes membranaceum van de familie Hymenophyllaceae, de Vliesvarentjes (Filmy ferns).
De Nederlandse naam verwijst naar het feit dat deze groep varens bladeren heeft die vliesdun zijn, namelijk maar één cellaag dik. Het zal u dan ook niet verbazen dat deze plantenfamilie een voorkeur heeft voor beschutte en zeer vochtige groeiplekken. Op elke andere plek zouden de bladeren heel snel uitdrogen. Toch zijn er binnen deze familie een aantal soorten die (net als mossen) heel goed tegen uitdroging kunnen. Het plantje gaat dan over in een soort ruststadium, pas als er weer water beschikbaar is komen de sapstromen weer op gang.
Bij de studie naar de kreekdalen werd Trichomanes membranaceum alleen gevonden op heel natte plaatsen; op het onderste deel van grote granieten rotsblokken, meestal vlak bij of in een bruisend watervalletje, dus met bijna permanent 100% luchtvochtigheid. En dan nog: in eerste instantie lijkt het plantje een ongedifferentieerd groen flapje van zo'n 2-5 cm.

Dit najaar komt (hopelijk) weer een kans om nieuwe soorten te gaan ontdekken in het Trésor Reservaat. Tot nu toe zijn alle inventarisaties uitgevoerd in de periode februari - maart, de eerste droge tijd in Frans Guyana. De plannen voor dit jaar zijn om eens te gaan verzamelen in de tweede droge periode (augustus tot oktober). In die periode gaan we al verzamelend de verschillende vegetatietypen doorkruisen om daarna, met extra nadruk op de endemische soorten, een samenvattende rapportage te geven over alles wat er nu bekend is over de botanische rijkdom van het Trésor Reservaat. Mocht dit allemaal door gaan, dan hoort u zeker nog van mij?


inhoudsopgave

Trésor, een initiatief dat internationaal respect afdwingt!

Een verslag van ons bestuurslid Aart de Lang.

Van 20 t/m 25 februari 2006 bracht ik als bestuurslid van de Stichting Trésor een werkbezoek aan Frans Guyana. Deze week viel samen met de laatste week van de door Vijko en Pipasi Lukkien begeleide donateursreis, waarover u elders in deze uitgave meer kunt lezen. Dit maakte het mogelijk dat twee bestuursleden aanwezig konden zijn bij de belangrijke besprekingen die gevoerd moesten worden.

Wat is er zoal besproken? Met wie?
En wat zijn de resultaten en conclusies?

Natuurlijk was de brand die ons carbet heeft verwoest een belangrijk aandachtspunt. Het ligt er troosteloos bij, al is het puin opgeruimd, maar hoe moet het verder? In hoeverre dekt onze verzekering de schade? Daarnaast zijn er andere bedreigingen waaraan het hoofd moet worden geboden. Illegaal ecotoerisme dreigt het gebied aan te tasten. Een groot goudwinningsproject in de directe omgeving bedreigt het milieu. En nieuwe wetgeving vraagt ons de status van ons gebied aan te passen.

Maar we hebben ook vrienden ter plekke. Sterker nog, in al onze contacten met plaatselijke overheden en allerlei instanties werd mijn overtuiging steeds sterker dat we zeer welkom zijn, dat ons project in goede aarde is gevallen en als een voorbeeld wordt gezien voor plaatselijke natuurbeschermingsinitiatieven. Ons project heeft zeker als katalysator gediend, waardoor nu ook elders in Frans Guyana grote gebieden als natuurreservaat zijn aangewezen.

We hebben natuurlijk intensief overleg gevoerd met onze mensen ter plaatse, de bestuursleden van de plaatselijke Association Trésor die wij indertijd hebben ingesteld om het beleid dat wij als Stichting hier in Nederland bepalen, uit te voeren en te vertalen in concrete maatregelen. Met name met Olivier Tostain, Kevin Pineau (onze boswachter) en Viviane Thierron hebben we diepgaande besprekingen gevoerd over zaken als de voor- en nadelen van de op handen zijnde nieuwe status als Réserve Naturelle Régionale, de goudwinning vlak bij het gebied en de vorm waarin we het afgebrande carbet weer moeten herbouwen.
Er zijn plannen voor herbouw (wellicht met een toren en een bescheiden "canopy-walk" - een loopbrug in het kronendak (red.)-) die veel meer van het terrein laten zien zonder dat bezoekers er feitelijk in moeten doordringen; daarmee zou het terrein veel aantrekkelijker worden voor bezoekers. Er is contact met de lanceerbasis Kourou en andere partijen om dit financieel mogelijk te maken. De verzekering heeft aangegeven een bedrag van € 44.000 als schadevergoeding uit te keren, maar dit is niet genoeg om alle plannen uit te voeren.

We werden werkelijk zeer gastvrij ontvangen op het gemeentehuis van Roura. We spraken met de burgemeester, Claude Polony en zijn assistent Souhilar Gratien over verdere samenwerking. De burgemeester bood ons als waardering voor het werk van de Stichting de plaquette van de gemeente Roura aan.


Als blijk van waardering
voor ons werk de ereplaquette
van de gemeente Roura.
In het splinternieuwe gebouw van de Cité Administrative Régional van het Conseil Régional spraken we met mevrouw Karine Néron, een hoge ambtenaar met vele contacten.
Met de DIREN (Direction Régionale de l'Environnement van de Préfecture de la Région Guyane hebben we overleg gevoerd over mogelijk financiële steun.
Verder hebben we gesproken met dr. Jean Jacques de Granville van het Herbarium in Cayenne en met Olivier Henry, vice-president van de Universiteit van de Antillen en Guyana over studentenuitwisseling in verband met wetenschappelijk onderzoek in het Trésorgebied. Met dr. Pascal Gombauld, directeur van de Parcs Naturelles Régionales de la Guyane spraken we over vormen van samenwerking. Dr. Gombauld heeft toegezegd medewerking te verlenen aan de organisatie van een bijeenkomst met alle betrokken partijen op het gemeentehuis van Roura in april van dit jaar. Dan zal ons Trésorproject worden gepresenteerd binnen een programma dat moet aantonen hoe duurzame ontwikkeling op economisch terrein kan samengaan met natuurbehoud. Op deze bijeenkomst zullen onze voorzitter, Lodewijk de Geer en secretaris Vijko Lukkien aanwezig zijn, alsmede de prefect (dat is de hoogste politieke ambtsdrager) van Frans Guyana.

Tijdens al deze besprekingen raakten we steeds meer onder de indruk van het belang van ons project voor het fenomeen natuurbescherming in Frans Guyana en zelfs daarbuiten. Op alle niveaus kent men ons, waardeert men ons project en is men bereid intensief met ons samen te werken om te laten zien, dat dit tripartiete initiatief (wetenschap - bedrijfsleven - particuliere donateurs) belangwekkende kansen biedt en navolging verdient.


inhoudsopgave

Tijdens de reis vond veel transport over het water plaats.

Een sprinkhaan verlaat zijn schuilplaats.
foto Olivier Tostain foto Corrie Gerritsma

Een impressie van een deelnemer
aan de donateursreis 2006

Corrie Gerritsma

In Trésor heb ik meer kleuren groen gezien dan ik ooit had kunnen mengen met een verfpalet. Het felle groen van jonge opgerolde bladeren, nog nat van een stortbui. Het donkere groen, hoog boven mijn hoofd, van majestueuze bomen waarbij je je nietig voelt. Onopvallend groen van nachtpijlstaarten en sprinkhanen. Groen van drassige mossen en het groen dat de bloeiende Heliconia's omringt. Mat groen van stevige stengels bamboe en oogverblindend groen van jonge palmen in felle stralen zon.

Het was indrukwekkend om rond te lopen in een wereld die ik alleen kende van slogans als 'Red het regenwoud' en documentaires op National Geographic.
Reisbegeleider Vijko Lukkien had van tevoren gewaarschuwd dat we niet terecht zouden komen in een natuurdocumentaire waarbij je iedere honderd meter een poema of anaconda tegen zou komen. Toch is dat wel waar ik stiekem op hoopte. De groene diversiteit van het Trésorgebied en de verhalen van botanici over het geweldige aanpassingsvermogen van planten en bomen aan hun omgeving zijn ook voor een leek als ik interessant, maar het andere leven in het regenwoud wilde ik ook graag zien.

Het dierenleven is in het oerwoud vaak te horen, maar zelden te zien. De vogels en aapjes leven vooral in de boomtoppen, voor onze ogen afgeschermd door een dicht bladerdek. En toch, als je het gekwetter van een troep aapjes kan thuisbrengen en ze met behoorlijk wat geruis van boomtop naar boomtop hoort springen, dan kun je ze met wat geduld ook wel zien. Het zichtbare dierenleven is vooral klein. Mieren, rupsen, vlinders, kikkers en kolibries. En zelfs als je dieren niet ziet, voegen ze toe aan de overweldigende ervaring van het regenwoud. De exotische roep van de Groenhartvogel (Lipaugus vociferans) begeleidde ons opgewekt op wandeltochten. Keer op keer stonden we stil om met onze verrekijkers omhoog te turen, maar hij liet zich niet zien. Ook het gehuil van de brulapen maakte duidelijk hoe ondoordringbaar en mysterieus het oerwoud is.

Hoe langer je ergens stilstaat, hoe meer je gaat zien. Dat is een van de ware lessen die ik in Trésor heb geleerd. Of het nu de eindeloze snelwegen van de parasolmieren zijn, of de eerste sprietjes van een epifyt tegen een boomstam, overal om je heen is leven, je hoeft het alleen maar te willen ervaren. Je ruikt het in de aardachtige, vochtige lucht, je voelt het met je vingertoppen aan de boomschors en lianen, je hoort het aan haastig geritsel tussen de bladeren op de grond. Red het regenwoud heeft sinds mijn bezoek aan Trésor pas echt betekenis gekregen. Deze rijkdom moet blijven. Straks vul ik het formulier in om donateur te worden van Trésor. In gedachten een eigen stukje regenwoud, liefst wel zonder mieren.

Heliconia acuminata komt ook in Trésor voor.
foto Foto Natura

Alle denkbare kleuren groen.
foto Corrie Gerritsma

Zonder maatregelen kan je in het regenwoud soms
erg nat worden.
foto Olivier Tostain



inhoudsopgave

Een bericht van Kévin Pineau, onze boswachter, van 23 maart 2006

Vertaling door Derk de Groot



foto's Kévin Pineau
Hallo allemaal!!
Dinsdag 21 maart hebben we meegedaan aan het "Feest van het Milieu" in de gemeente Roura. Het was de bedoeling de hele dag voordrachten te houden voor de klassen van de school uit Roura. Ik had vijf verschillende klassen die dag. Er waren meerdere verenigingen met allemaal een ander thema: de vereniging Kwata vertelde over zoogdieren, de vereniging GEPOG over de vogels, het KAW reservaat had als thema water, het Regionale Park Roura vertelde over hoe om te gaan met afval. Er waren ongeveer twintig verschillende sprekers. Als boswachter van Trésor heb ik het over de planten gehad.
De kinderen leken heel tevreden, ik doe er een paar foto's bij om dat te laten zien.

Tot binnenkort!


inhoudsopgave

Eenvoudige geologie, geomorfologie en bodemkunde van de Guyana's

Leendert Pons

Algemeen
Tijdens de Donateursreis Trésor 2006 in samenwerking met Jungle Tours Ara (5 - 27 Februari 2006) in Frans Guyana en Suriname, was er bij een aantal deelnemers behoefte aan een eenvoudige uitleg over de geologie van het gebied, het ontstaan van de verschillende landschappen en de soort processen die daarbij een rol gespeeld hebben. Met behulp van mijn (verouderde!) bodemkundige kennis en wat literatuur heb ik getracht daaraan te voldoen en geef ik in het volgend een kort overzicht dat nuttig kan zijn voor toekomstige excursiegangers. Daar dit overzichtje bestemd is voor leken, heb ik zoveel mogelijk algemene en voor iedereen gebruikelijke termen gebruikt, waardoor de wetenschappelijke waarde heeft geleden.


Schets van een geomorfologische doorsnede van het binnenland van Suriname


Het gebied
De drie Guyana's (Frans Guyana, Suriname en (Brits) Guyana) liggen op het Pre-cambrische Guyanaschild (shield), een apart, zeer oud (1,8 tot 1,9 miljard jaar) en stabiel gedeelte van de aardkorst. De ondergrond wordt gevormd door de stollingsgesteenten graniet, dioriet, gneiss, enz., die in de stroomversnellingen (soela's) als gladde, schoongewassen, bultvormige rotsen aan de oppervlakte komen. In Frans Guyana reikt het tot aan de kust. Bij Kourou op de afvaartpier naar de Saluuteilanden was dit als fraai, vers gesteente (met grote mica's) te zien. Spectaculair zijn ook de schoongewassen gladde gneissoppervlakken aan de buitenkant van Cayenne.
Op de verwerende oppervlakte van de graniet, enz. werden gedurende jongere, vooral Tertiaire) perioden (na het Krijt, 65 miljoen jaar geleden), dikke lagen sedimenten afgezet, die samengesteld zijn uit verweringsproducten uit de wijde omgeving. Deze sedimenten van klei, zand en gruis zijn op hun beurt ook verhard en verkit tot gelaagde gesteenten als zandsteen, schalies (leisteen), enz., liggend op de graniet-ondergrond. Ze zijn op hun beurt verweerd en in sommige soela's te zien als brokkelige en gelaagde gesteenten.

Aardkorstbewegingen en klimaten
Op zeker moment is de zuidrand van het Guyanaschild opgetild (gaat waarschijnlijk nog steeds door), waarbij op de zuidgrens met Brazilië een waterscheiding gevormd werd tussen het Amazonebekken en de stroomgebieden van de Guyaanse rivieren. Na miljoenen jaren erosie ligt die nu op 1000 tot 2000 m hoogte. In opeen-volgende klimaten in het Tertiair, volgden natte, tropische regenwouden met weinig of geen erosie elkaar af met droge savannes met periodiek hevige regens, zodat enorme erosie optrad. Onder het tropische regenwoud vond bodemvorming plaats met zeer diepe verrotting van het gesteente (zachte, rotten rock, regoliet, zo zacht dat je er een mes in kan steken). Interessant is ook, dat in de gronden tot een diepte van meer dan 2 m de gelaagde rotten rock (ontstaan uit gelaagd sedimentgesteente) volledig biogeen gemengd is, het resultaat van een enorme biologische activiteit in de bodem (waarover vrijwel niets bekend is).
De humuszuren die gevormd worden bij de afbraak van de organische stof van het woud, dringen zeer diep in het vaste gesteente door en tasten het sterk aan.. De rotten rock werd met de hevige regens in een volgende droge periode (zonder bos) weer weggeërodeerd, waarna weer regenwouden met vorming van rotten rock optrad, enz. Doordat de hoogteverschillen steeds toenamen kwam telkens weer nieuwe erosie op gang. Bovenstrooms werden diepe rivierdalen uitgeslepen en benedenstrooms nieuwe sedimenten afgezet, zoals de witte kwartszanden.

Bodemvorming
Tijdens bodemvorming in natte klimaten worden vele elementen, zoals basen en silicium, uit het gesteente uitgespoeld. Door allerlei chemische processen (hydra-tatie, hydroliese) hopen zich In (zeer) warme klimaten het weinig oplosbare geoxi-deerde ijzer op, zodat diepe, rode lateritische gronden ontstaan. Deze kunnen bij stagnerend grondwater harde laterietkappen (Fe2O3, hematiet, is rood doordat het beter gekristalliseerd is door warmte en droogte) geven, die onderliggende zachte rotten rock en gronden beschermen voor verdere erosie (ontstaan van tafelbergen: Kaw heuvels, Brownsberg, enz. of van laterietgrotten (Kaw heuvels). In weer andere klimaten (Oligoceen-Plioceen, ca. 15 000 000 jaar geleden, extreem warm?) werd ook het ijzer afgevoerd en bleven alleen Aluminiumsilicaten (bauxiet) over (Moengo in oost Suriname). Tijdens de bodemvorming wordt bij de afbraak van vast gesteente tot rotten rock ook kaolinitische klei (porceleinaarde, grijs) gevormd (uit o.a. mica). In de grotten van de Kaw heuvels lag de laterietkap op een dikke laag kaolinitische klei. Er is ook een soort klimaat geweest waarbij uit de graniet het kwartszand vrijkwam en benedenstrooms werd afgezet als een uitgestrekt schild van wit zand (Zanderij formatie).
Ter plaatse van een rivier dringen geen humuszuren in de onderliggende rotsen door en rot de rots niet, maar blijft vast. Die vinden we nu als de kale rotsen van de soela's. Andere niet verrotte rotsbulten (kopjes), zoals de Voltzberg in Suriname, zijn gevormd doordat, om welke reden dan ook (bv. door té ondiepe, droogtegevoelige gronden), zich daar geen volwaardig regenwoud (kon) ontwikkelen, maar slechts bossavanne of savannebos. Zo ontstond een zeer afwisselend landschap met goede, diep doorwortelbare laterietgronden, harde laterietplateaux, met ondiepe gron-den, smalle en brede dalen met kaolinietkleigronden en vlakke savannes met on-vruchtbaar wit zand, alles begroeid met hun specifieke vegetaties. In Frans Guyana liggen drie vulkaantjes voor de kust, gevormd uit bazaltachtige gesteenten, waaruit de Saluuteilanden ontstonden.


Schets van een doorsnede door de kustvlakte van de Guyana's


Kustvlakte
De Amazone spuwt voortdurend een flinke stroom fijn sediment uit in de oce-aan, die vervolgens door de zuid-equatoriale golfstroom naar het westen langs de noordkust van de Guyana's wordt gevoerd. Dit gebeurt in de vorm van modderbanken, die met een regelmaat van ca. 30 jaar langs de kusten schuiven (zie schets). De afgezette modderbank raakt, als hij hoog genoeg is, begroeid met parwa (Avicennia) en mangro (Rhizophora). Nadat de modderbank weer voorbij is (ca. 30 jaar) dringt de oceaan weer tot de kust door en breekt de modderbank met zijn begroeiing weer gro-tendeels af en legt op de erosierand een zandwal neer. Dit zijn de ritsen (strandwal-len), met daarachter de niet geërodeerde delen van de modderbanken die verande-ren in kleiplaten met een moerassige vegetatie (zwampen). Ritsen en zwampen tezamen vormen de jonge kustvlakte. Dit proces heeft twee maal plaats gevonden, de eerste keer tijdens de 2 - 4 m hogere zeestanden van de periode vóór de laatste ijstijd (het Eemien, ca. 40 000 jaar geleden) en nu bij de huidige zeestand. Hierbij zij de oude en de jonge kustvlak-te gevormd

Bodemgebruik
Er bestaat een groot verschil in bodemvruchtbaarheid tussen de gronden van de kustvlakte en het binnenland. De verweringsgronden zijn chemisch zeer arm en hun voedingsstoffen zijn opgehoopt in de vegetatie en in de humeuze bovenzijde van de bodem. Het sediment van de Amazone is vruchtbaar (komt voornamelijk van vers erosiemateriaal uit de Andes) en de verwering duurde niet lang genoeg om de voedingsstoffen uit te spoelen. Dit is de belangrijkste reden voor het verschil in bodemgebruik tussen de gronden van de kustvlakte en die van het binnenland.
De bosnegers en indianen leggen op goed ontwaterde oeverwallen van de rivieren kostgrondjes (shifting cultivation) aan voor de verbouw van hun voedsel (Bezoek kostgrondjes boven Moitapi tijdens de excursie). De mannen kappen en branden het bos in de droge periode en de vrouwen zaaien en planten allerlei gewassen. Na ongeveer 2 jaar is de bodem uitgeput en slaat het oerwoud weer op om na meer dan 10 jaar weer opnieuw als kostgrondje in gebruikt te worden genomen. Door de bevolkingstoename van de bosnegers en door het beperkter areaal rond hun vaste dorpen is dit al 50 jaar ontoereikend voor hun voedslvoorziening. De indianen zijn minder vast aan bepaalde dorpen gebonden en zijn vrijer in hun keuze van de beste gronden voor shifting cultivation.
De kustvlakte is veel dichter bewoond en hier liggen op de ritsen de wegen en dorpen en worden vruchten en groenten geteeld. In de zwampen lagen vroeger de plantages met teelten van suikerriet, koffie, cacao, enz. en tegenwoordig polders met citrus, bananen, cocos, enz. en in west-Suriname rijst (rijstpolders). Achter de jonge kustvlakte ligt op een enkele meters hoger niveau de oude kustvlakte die bestaat uit dezelfde elementen, ritsen en kleiplaten. Op de gronden van deze oude kustvlakte heeft wel uitspoeling plaats gehad maar lang niet zo sterk als in het binnenland. Zij is minder dicht bewoond en er wordt een extensieve land-bouw uitgeoefend, zoals het houden van vlees- en melkvee op uitgestrekte weiden. De Witzand-gronden zijn nog extensiever in gebruik voor vetweiderij.

Enkele literatuurgegevens:
De Boer, M. W. H. Landforms and soils in eastern Surinam (South America). Proef-schrift Wageningen 1972. Pudoc Wageningen.
Brinkman, R. & Pons, L. J. 1968. A pedo-geomorphological classificartion and map of the Holocene sediments in the coastal plain of the three Guyanas. Soil survey Papers 4, Neth. Soil Surv. Inst. Wageningen.
Sombroek, W. G. 1960. Amazone Soils. Proefschrift Wageningen 1966.



inhoudsopgave

Berichten uit uw regenwoud

Derk de Groot, bestuurslid

Het laatste nieuws dat u samen met het vorige Trésor Nieuws bereikte was dat ons ontvangstgebouwtje in vlammen was opgegaan. Iedereen is nu over de eerste schrik heen en we kijken weer naar de toekomst. In de komende tijd zijn er heel wat ontwikkelingen in en om ons reservaat te verwachten.

De politie heeft de brand in onderzoek genomen, maar het is de vraag of dat tot iets zal leiden. We zijn gelukkig met de morele steun van de verschillende autoriteiten en instanties in Frans Guyana. Blij zijn we ook met de beslissing van de verzekering om een redelijk bedrag uit te keren. Samen met uw donaties zal het totaalbedrag genoeg zijn om een groot deel van de herbouwplannen te bekostigen. Deze herbouwplannen worden nu voorbereid door onze conservator, Olivier Tostain, met behulp van een architect. Het ziet er naar uit dat het er allemaal wat anders zal komen uit te zien dan we gewend waren, maar daarover zal nog aan de hand van concrete plannen worden beslist. Inmiddels heb ik als deelnemer aan de donateursexcursie in februari kunnen zien dat het terrein waar het gebouwtje heeft gestaan geheel is opgeruimd. Alle overblijfselen van de brand zijn verwijderd. De leden van de Association hebben dat grotendeels zelf gedaan. Dat is een groot compliment waard!

Over de donateursexcursie leest u op een andere plaats in dit nummer meer.

Hier wil ik slechts vermelden dat deze reis van Olivier en Kévin Pineau, onze boswachter, heel veel denkwerk en inspanning heeft gevraagd. Vooraf ging het natuurlijk vooral om de verschillende reserveringen maar tijdens ons verblijf in Frans Guyana waren beiden min of meer permanent beschikbaar als gids, chauffeur en regelaar. Dat hebben ze geweldig gedaan.

Een belangrijke zaak die zeer binnenkort aan de orde komt is de mogelijke wijziging van de status van ons reservaat. Er is een nieuwe wet van kracht geworden die de verschillende soorten natuurgebieden en -parken in Frankrijk en de Franse departementen overzee beschrijft en de regelingen daarvoor instelt. De categorie "Réserve Naturelle Volontaire", waartoe ons reservaat nu behoort, gaat verdwijnen. Trésor komt nu in aanmerking voor de nieuwe categorie: "Réserve Naturelle Régionale". Hoewel we op vrij korte termijn zullen moeten aangeven of we voor de nieuwe status in aanmerking willen komen zal er tot 2009 de gelegenheid zijn om met de autoriteiten nadere afspraken over het reservaat en de te hanteren regels te maken.

Een andere belangrijke ontwikkeling is de mogelijkheid om aan oost- en westzijde van het reservaat bufferstroken in beheer te krijgen. Het "Conservatoire du Littoral", een Franse regeringsinstantie die tot taak heeft een groot deel van de kustgebieden in Frankrijk en in de Franse departementen overzee veilig te stellen, gaat proberen de eigendomsrechten van deze gronden te verwerven en ze vervolgens aan Trésor in beheer te geven. De betrokken terreinen zijn gelukkig staatseigendom, dus het gaat om een Franse vestzak-broekzak transactie. We hopen erg dat dit door zal gaan, want het zal de controlemogelijkheden vergroten en ons reservaat een stuk robuuster maken. Mogelijk zal het ook betekenen dat we voor bepaalde investeringen financiële steun kunnen ontvangen.

Van Kévin Pineau, onze boswachter, kregen we een beknopt verslag van de werkzaamheden in 2005. Een greep hieruit:

Onderzoek
Er zijn verschillende onderzoeken en inventarisaties uitgevoerd. Zo is onder leiding van Renske Ek een botanisch onderzoek uitgevoerd in de steile kreekdalen in het reservaat. Er zijn nu 1060 soorten vaatplanten bekend in het reservaat. In augustus 2005 heeft Paul Maas, specialist in onder andere de Gentianaceae, een strook langs de Crique Favard ge´nventariseerd.

Leptotyphlops collaris
De resultaten van een onderzoek naar de mieren in Trésor, uitgevoerd in 2004 door Pablo Sevinge, zijn vorig jaar gepubliceerd. Hij heeft 109 soorten gevonden, ongeveer een vijfde van alle in Frans Guyana bekende mierensoorten. De zogenaamde microzoogdieren zijn in augustus ge´nventariseerd door deskundigen van de Universiteit van Jussieu (Parijs) en het onderzoekcentrum CNRS te Montpellier. Er zijn in 26 vangsten 12 verschillende soorten gevonden. Bij de vangsten zaten ook reptielen en amfibieën, waarvan de bijzonderste een soort graafslang, Leptotyphlos collaris was.

Al eerder berichtten we over het onderzoek van Mickael Guerin naar de levenswijze van de vleermuis Thyroptera tricolor die huist in de jonge bladeren van de Heliconia.
Een soortgelijk onderzoek werd uitgevoerd door Chloë Deschamps naar de levenswijze van de Closthetus baeobatrachus, een pijlgifkikker.
Philippe Machet heeft in september een dag gezocht naar libellen. Hij was redelijk succesvol, dus het is de bedoeling dat hij in de regentijd nog eens terugkomt om de inventarisatie voort te zetten.
Tenslotte speuren Kévin en de leden van de Association ook altijd naar planten en dieren. Aan het databestand van aangetroffen soorten heeft Kévin 25 soorten vogels, 22 soorten zoogdieren en 17 soorten reptielen en amfibieën kunnen toevoegen.

Voorlichting

Het boekje Mon livret scolaire Trésor wordt
door de schoolkinderen intensief gebruikt.
foto Derk de Groot
Vorig jaar hebben 109 leerlingen van de basisschool in Roura een georganiseerd bezoek aan het reservaat gebracht.
Ter voorbereiding geeft Kévin altijd van tevoren een presentatie in de klas. Het boekje, "Mon livret scolaire Trésor", speciaal hiervoor gemaakt door Joep Moonen, komt hierbij heel goed van pas.
Ook voor andere groepen zijn op verzoek rondleidingen en presentaties verzorgd. Daarnaast worden op de oneven zaterdagen en zondagen om 9.00 uur rondleidingen voor individuele bezoekers gehouden. Door de grote belangstelling van sommige bezoekers en de vele vragen die zij stellen duurt de rondwandeling wel eens meer dan vier uur, terwijl het maar een afstand van anderhalve kilometer is!

Een volgende keer hoop ik u te kunnen melden dat er op een aantal punten voortgang is geboekt.


inhoudsopgave

Kort nieuws



Het Bestuur van het Utrechts Landschap reist naar Trésor
Van 13 april tot en met 23 april brachten Lodewijk de Geer en het Bestuur van het Utrechts Landschap een bezoek aan Suriname en Frans Guyana. De heer De Geer is zowel voorzitter van het Bestuur van het Utrechts Landschap als van het Bestuur van de Stichting Trésor. Tijdens deze reis werd veel aandacht besteed worden aan Trésor. Ook was er een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de Franse samenleving in Frans Guyana over de toekomstige status van ons reservaat. Deze bijeenkomst vond plaats onder het gastheerschap van de burgemeester van Roura, de gemeente waarin het Trésor Reservaat ligt. Evenals de recente donateursreis werd ook deze reis begeleid door Vijko Lukkien, secretaris Stichting Trésor, Pipasi Jeurissen en Wim Hoogbergen, cultureel antropoloog verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Liesbeth Fontein gaat meewerken aan
het nieuwe managementplan voor Trésor

In het kader van haar Master's programma National Resources Management vertrekt Liesbeth Fontein, student aan de Universiteit van Utrecht, op 19 april aanstaande naar Frans Guyana. Hier zal ze na een introductieperiode samen met Viviane Thierron en Kévin Pineau de basis leggen voor een managementplan voor Trésor in de komende jaren. Haar stage wordt financieel ondersteund, wat betreft de reiskosten en huisvesting, door het Departement Biologie van de Universiteit Utrecht en door WNF Nederland en WWF Guyana's. De huisvesting wordt verzorgd door de Universiteit van Cayenne.




Reisschema donateursreis 2007 gereed
Wij willen u erop attent maken, dat de donateursreis naar Tresor in 2007 inmiddels gepland is. De reis begint op zondag 4 februari 2007 en we zijn terug op maandag 26 februari (aankomst Schiphol 09.00 uur). Het uitgebreide programma kunt u vinden op onze website: www.tresorrainforest.org onder: Donateursreis 2007.
Tevens bestaat de mogelijkheid in voorbereiding op deze reis deel te nemen aan een voor dit doel speciaal ontworpen HOVO-cursus, waarin Wim Hoogbergen, Thomas Polimé en Vijko Lukkien als docent gevraagd zijn. Voor meer informatie: v.p.a.lukken@bio.uu.nl of W.S.M.Hoogbergen@fss.uu.nl.



inhoudsopgave

Colofon

Trésor nieuws
verschijnt 3x per jaar. De papieren versie wordt gratis toegezonden aan de donateurs van de Stichting Trésor

Redactie
Bert van den Wollenberg

Redactie-adres

Postbus
Telefoon
Fax
E-mail

Bankrekening   
80162, 3508 TD Utrecht
030 253 28 76
030 253 51 77
L.J.W.VANDENWOLLENBERG@BIO.UU.NL

78.47.36.618
Betaalt u met Girotel? Gelieve dan uw naam en adres te vermelden.

Vormgeving digitale versie
Eric Augusteijn

Verhuizen
Gaat u verhuizen?
Geef uw adreswijziging schriftelijk of telefonisch door:

Postbus
Telefoon    
80162, 3508 TD Utrecht
030 253 18 26



Contact | Sitemap | Auteurs | Webmaster | ©2006 Stichting Trésor