Zoeken  Home  Contact
Stichting Trésor Utrecht



Karin en het busje


Oranje bloeiend onkruid


Wandeling door het regenwoud


Oorkikker op dood blad


Smaragdgroene slang


In de pirogue


Het Kaw-moeras


Carbet flottant


Zwarte boomstompen


Winkeltje met vogelspinnen en vlinders


De préfect, consul Van Mierlo en Vijko Lukkien


Het centrum van Cayenne


Carnavalsoptocht


We zien een Fregatvogel


Weelderige vegetatie


De sombere isoleercellen


Doodshoofdaapje


Gezellige barbecue...


...in het ontvangstgebouw van Trésor

foto's Eric Augusteijn

Donateursreis 2003 naar Trésor

Eric Augusteijn, deelnemer

Sommigen kenden elkaar al lang, anderen hadden elkaar ontmoet op de kennismakingsdag in december in Utrecht, anderen maakten pas kennis in Parijs. In Parijs verzamelde zich namelijk op 25 januari 2003 het reisgezelschap van Trésor-bestuursleden en donateurs voor de 'binnenlandse vlucht' naar een stukje Frankrijk aan de andere kant van de Atlantische Oceaan: Frans Guyana. Onder de bezielende leiding van secretaris Vijko Lukkien hebben we twee weken lang mogen kennismaken met het tropisch regenwoud en de savannen van het Kaw-gebied, met de plaatselijke bevolking, met de stad Cayenne, met de eilanden waarheen de Fransen vroeger gevangenen stuurden, met regeringsfunctionarissen en met een aantal mensen die zich met hart en ziel inzetten voor het behoud van de prachtige natuur en de fascinerende ecologie van Frans Guyana.

Het is een cliché, maar vanuit de lucht ziet het regenwoud er inderdaad uit als een dichtbegroeid veld boerenkool of broccoli. Het vliegveld buiten Cayenne heeft maar één landingsbaan en in de aankomsthal worden we opgewacht door Joep Moonen, zijn vrouw Marijke en hun zoon Bernie. Het overkomt ons niet dagelijks, iemand te ontmoeten naar wie een plant is genoemd. Joep heeft zijn naam gegeven aan de zeldzame Anthurium moonenii. Hij is conservator van Trésor, drijft met Marijke het natuurrecreatiecentrum Emerald Jungle Village en is in Nederland bekend door zijn column in het maandblad Gezondheid Nieuws. Vroeger was hij directeur van de dierentuin van Paramaribo. Joep zal meerdere keren onze gids zijn.
Buiten wacht een busje van Jal Reizen waar de groep van 13 personen met de bagage precies in past. Onze chauffeur heet Karin. Zij is een jonge vrouw, die zich in de loop van ons verblijf ook nog zal ontpoppen als organisator, kenner van land en volk, natuurgids en kok. Zij brengt ons naar ons hoofdkwartier, hotel La Chaumière, een kwartiertje buiten Cayenne. Voor het eerst vangen we een glimp van het land op. Huizen die lijken op wat we van Suriname hebben gezien, palmen, velden met oranje bloeiend onkruid (volgens Vijko: Heliconia psittacorum), bomen die we alleen uit de National Geographic kennen, maar gek... de borden langs de weg hadden ook in Frankrijk kunnen staan. Zelfde maat, zelfde kleur, zelfde lettertype. Het kost ons moeite te beseffen dat we ook gewoon in Frankrijk zíjn. Frans Guyana is namelijk geen kolonie, maar een département outre mer, over zee, zoals Schiermonnikoog een stukje Nederland over zee is. Alleen is Frans Guyana wat groter (4x Nederland) en is de zee wat breder.
Het hotel blijkt uit twee bouwlagen te bestaan en is om een tuin met zwembad gebouwd. Voor ons januari-gevoel is de tuin een paradijsje met zijn palmen en uitbundig bloeiende planten, zoals de hibiscus met zijn felrode bloemen waartussen we af en toe een kolibrie ontwaren.
We worden opgewacht door de Honorair Consul van Nederland, Ruud van Mierlo, die we in de komende weken meerdere keren zullen ontmoeten en die ons twee keer gastvrij in zijn huis zal ontvangen. In de eetzaal, die wel een dak, maar nauwelijks muren heeft, maken we kennis met de plaatselijke drankjes. Een Planteur blijkt vruchtensap met blanke rum en een tikkeltje kaneel te zijn. Een Ti Punch bestaat uit blanke rum, rietsuikerstroop en limoensap. De klant stelt het zelf samen. De kennismaking bevalt goed.
De volgende twee weken zijn volgepakt met een druk programma. En hoewel het volgens de kalender de kleine regentijd is, zien we maar enkele keren een stortbui en hebben we verder steeds aangenaam weer, een beetje warm en vochtig voor ons wintergevoel.

Wandelen en varen door het woud
Wandelingen en een vaartocht door het tropisch regenwoud vormen de hoogtepunten van deze reis, onder andere in het Trésor reservaat zelf. Men waant zich in een gotische kathedraal als men omringd wordt door eeuwenoude stammen waartussen het licht gefilterd doordringt. De vogels die we denken te horen zijn geen vogels, maar kikkers. We zien ze ook: kleine pijlgifkikkers, donkerblauw en fel geel gevlekt en een oorkikker, die bijna niet te onderscheiden is van het dode blad waar hij op zit. We vangen een glimp op van de rotshaan: een oranje stipje dat beweegt tegen de donkere achtergrond van een grot, nog juist zichtbaar tussen de bomen en we voelen de sensatie van de zeldzaamheid van deze waarneming.
Handgrote blauwe vlinders, morfo's, fladderen hier daar tussen de bomen. Eén keer zien we een smaragdgroene slang langs de takken van een struik schuiven. Volgens Karin is hij giftig.
Bromelia's, philodendra en orchideeën zitten hoog tegen de stammen, als de kraaiennesten van VOC-schepen. Wat zou de bromelia voelen die in een plastic bloempot bij mij thuis op de vensterbank staat?
We zien stammen die andere stammen in een dodelijke omhelzing houden, we zien planten die een dun takje als een sonde langs een stam omhoog sturen, op zoek naar licht. We zien een boom die via dunne wortels de humus steelt die een buurman in holtes heeft verzameld. Het schiet mij te binnen dat een versnelde filmopname van dit alles een meedogenloze strijd op leven en dood te zien zou geven. Alleen door onze haastige tijdbeleving lijkt alles vredig en rustig.
Ondertussen leggen de gidsen en de biologen onder ons het verschil uit tussen epifyten en parasieten en voorzien ze ons van de wetenschappelijke namen van zelfs de meest onaanzienlijke groeisels.
Een heel aparte belevenis is een tocht door een kreek in het woud in een pirogue, een vaartuig dat gemaakt is uit een uitgeholde boomstam met verhoogde boorden van planken. We varen langs bomen met steltwortels, bomen met plankwortels en bomen met luchtwortels. Het bos langs de kreek ziet er heel ondoordringbaar uit. We zien ijsvogels en krokodilhagedissen. Eén keer moet de stuurman een over de kreek gevallen boomstam doorkappen. Daarna zet hij de buitenboordmotor op volle kracht vooruit en na een aanloop vliegen we letterlijk over de stam heen. We voelen ons even verdwaald in een James Bondfilm.

Het moeras
Het Kaw-moeras is een uitgestrekt gebied van kreken, gescheiden door wat op het eerste gezicht weilanden lijken. Het zijn echter geen graslanden, maar tapijten van waterminnende planten, die met de waterstand mee omhoog en omlaag gaan. De invloed van de oceaangetijden is hier namelijk nog te merken. In een lage boot worden we naar ons verblijf gebracht: het carbet flottant, waar we ook zullen overnachten. Het blijkt een drijvend plateau met bovenverdieping te zijn. Beneden eten en zitten, boven slapen in hangmatten en stapelbedden. Er is wel een dak, er zijn geen muren.
Er zijn kano's tot onze beschikking. De oevers van de kreken krioelen van de vogels: roestbruine waterhoentjes, reuzenreigers, kleine zilverreigers, ijsvogels, geel-zwarte vliegenvangers, zwarte ani-ani. Hoog in de lucht zweven gieren.
We beleven een heel bijzondere avond, omgeven door stilte en duisternis. De Grote Magelaanse Wolk gloeit zacht boven de zuidelijke horizon. Ondertussen bereidt Karin samen met de plaatselijke oppasser een voortreffelijk maal. Er zijn Planteurs en Ti Punches.
Met de boot maken we een tocht in het duister, op zoek naar kaaimannen. Ze zijn te herkennen aan de ogen die oplichten als ze met een lamp worden beschenen. Het is een wonderlijke ervaring om een levende wilde kaaiman in handen te hebben, ook al is hij nog maar 30 cm lang.

Menselijk ingrijpen
We zien ook de schade die de mens aan de natuur toebrengt. Langs een smalle weg, onderweg naar het plaatsje Cacao, zien we trieste terreinen waar inwoners het bos hebben verbrand. Tussen de zwarte stamstompen staan jonge bananenbomen. In Cacao zelf is een vrolijke tropische markt, georganiseerd door de inwoners die ooit uit Frans Indochina kwamen. Maar behalve vruchten, bloemen en prachtig textielwerk is er ook een winkeltje met bijna uitsluitend dode vogelspinnen, vlinders en schorpioenen in doosjes met glazen deksels.
Op een avond maken we ook mee hoe nachtvlinders gevangen worden. Een felle lamp boven een verticaal opgespannen wit laken lokt de insecten aan. De waardevolle exemplaren worden er door de vanger afgeplukt en krijgen een dodelijke injectie met ammonia. De dieren gaan naar verzamelaars, musea en souvenirhandelaars.
We zijn in de ontvangstruimte van Trésor als daar ook een veertigtal vogelspinnen in plastic zakjes liggen, een aantal nog in leven. Ze zijn bij stropers in beslag genomen en zullen in Trésor weer worden uitgezet.
We krijgen uitleg van de heer Swahles, houtzager. Het kappen van tropisch hardhout gaat hier gelukkig anders dan in Brazilië. In Brazilië worden grote stukken van het woud geheel met de grond gelijk gemaakt, waarna het waardevolle hardhout gemakkelijk getransporteerd kan worden. In Frans Guyana worden uit een perceel alleen de grootste bomen gekapt, waarna het perceel 20 jaar de tijd krijgt om te herstellen. Echt primair woud wordt het op die manier niet meer, daar zou minstens een eeuw voor nodig zijn.
Op een van de laatste dagen van ons verblijf worden we ontvangen door vertegenwoordigers van het bestuur, de voorzitters van volksvertegenwoordigende raden en zelfs de préfect, de man die rechtstreeks onder Chirac staat. In vriendelijke bewoordingen over en weer wordt het belang onderstreept van samenwerking tussen de Universiteit van Utrecht en de bestuurders van Frans Guyana. De stichting van het Trésor reservaat is destijds een belangrijke katalysator geweest voor het besef dat natuurbehoud van het grootste belang is in Frans Guyana. Inmiddels zijn ook enige reservaten van overheidswege ingesteld.
In het plaatsje Kaw bezoeken we een modern bezoekerscentrum dat een educatief programma voor de jeugd uitvoert.

Cayenne
De hoofdstad Cayenne ligt aan zee. Maar doordat het zeewater bruin is door de modder uit rivieren, zal Cayenne wel nooit een badplaats worden. Restanten van een oud fort liggen aan de kust, die hier vrij wordt gehouden van de elders overal aanwezige mangrovebossen. Bij laag water zien we slijkspringers op de slikplaten rondhuppelen, vissen die hun vinnen als pootjes kunnen gebruiken.
Centraal in de stad is een groot plein vol palmbomen en café Les Palmistes wordt als vanzelf ons ontmoetingspunt. Rondzwervend door de stad ontdekken we dat de meeste winkels in handen van Chinezen zijn. In een aantal etalages ontwaren we de meest fantastische dameskostuums, vaak voor fantastische prijzen. Een pakje met veel glitter, veel bloot en veel veren kost meer dan € 1000! Het blijkt dat men hier al carnaval viert. Vanaf Driekoningen tot Aswoensdag is er iedere vrijdagavond Tou Lou Lou, feest voor dames en iedere zaterdag- en zondagavond carnavalsoptocht door de hoofdstraat. We maken zo'n optocht mee. Veel vrolijke travestieten, groepen verklede mensen, plastic vaten als trommels.
't Is ook in Cayenne dat we de echte grote wilde dieren zien. Volwassen kaaimannen, jaguars, poema's, miereneters, tapirs, luiaards en capibara's. Opgezet in het museum.
In het herbarium van Cayenne worden we rondgeleid door de directeur, de heer De Granville. Naar hem zijn meerdere planten genoemd, o.a. de Bromelia granvillei. Het herbarium is in 1965 gesticht door de Nederlander professor R.A.A. Oldeman. Er worden momenteel 150000 specimens van 5500 soorten bewaard. Men werkt aan een database die via Internet te benaderen is.
Montravel is een klein reservaat aan de kust even buiten Cayenne. Een enthousiaste directeur Olivier leidt ons rond door zijn domein met interessante planten en voortreffelijke educatieve voorzieningen.

Gevangeniseilanden
Wie het boek of de film Papillon kent, denkt bij Frans Guyana aan gevangenen op drie eilandjes voor de kust.
Het zijn de Īles du Salut, waarvan het Duivelseiland het bekendst is. Zij werden vanaf 1852 bijna een eeuw lang door Frankrijk gebruikt om gevangenen heen te sturen die men in Frankrijk niet terug wilde zien. Dreyfus is daarvan wel de bekendste. Ze werden gruwelijk behandeld. Wij bezoeken het grootste eiland, het Īle Royale. De overtocht van ca. 15 km vanuit Kourou (de Europese raketbasis) maken we met een motorveerboot. Onderweg zien we fregatvogels.
Aangekomen op het eiland lopen we langs een weelderige vegetatie over een straat van ronde keien naar de top van het eiland, waar de gebouwen staan. De aanleg van deze straat zal veel gevangenen veel bloed, zweet en tranen gekost hebben.
We slapen twee nachten in de voormalige bewakersverblijven. Wegens de aanhoudende droogte is er geen leidingwater en moeten we ons behelpen met meegebracht water uit 20-liter tanks. Desondanks is het verblijf luxueus te noemen.
Het waterreservoir van 3000 m³ staat bijna droog, zodat de erin verblijvende kaaimannen soms duidelijk te zien zijn. Verder zijn er groene leguanen, agouti's (grote knaagdieren) en verschillende papegaaien, waaronder een groene amazonepapegaai die het leuk vindt om bij sommigen van ons op het hoofd te zitten en aan haren of oorbellen te trekken. We bezoeken het oude gevangeniscomplex. De oude angst, pijn en het verdriet lijken nog niet geweken te zijn uit de sombere isoleercellen.
Tijdens een wandeling om het eiland zien we in zee grote zeeschildpadden. Doodshoofdaapjes met zachte handjes eten stukjes biscuit uit onze handen. Kokospalmen laten hun noten in zee vallen, op weg naar onbewoonde eilanden. Het is een paradijselijk eiland met een hels verleden.

Tenslotte
Tijdens een gezellige barbecue in het ontvangstgebouw van Trésor ontmoeten we nog één keer de mensen die deze reis tot een onvergetelijke belevenis hebben gemaakt. Joep en Marijke zijn er, de heren De Granville en Olivier, Renske Ek die met haar twee assistenten in heel wat barrere omstandigheden dan de onze wetenschappelijk onderzoek heeft gedaan in de natte savanne van Trésor. Eric Landais, reservaatwachter van Trésor en een van onze gidsen. Vijko Lukkien geeft cadeautjes. Er zijn heerlijke Surinaamse loempia's en kippenboutjes. Er zijn Planteurs, Ti Punches en bier.

En dan is het zomaar de laatste dag. We nemen hartelijk afscheid van Ruud van Mierlo en van onze trouwe Karin. We bedanken Vijko en Pipasi voor de voortreffelijke organisatie.
Tien uur in het vliegtuig en dan is het weer gewoon februari in Europa.

Schiermonnikoog, 26 maart 2003



Contact | Sitemap | Auteurs | Webmaster | ©2006 Stichting Trésor