Zoeken  Home  Contact
Stichting Trésor Utrecht

Beschrijving van de vegetatie

Deze tekst is een samenvatting van een onderzoek in het Trésorgebied, 'The floristic composition and vegetation structure of the Trésor Reserve'(1998) door Renske C. Ek e.a.
Dit was het tweede onderzoek naar de flora van het gebied.
Het eerste onderzoek: 1996 Herbarium Division, Utrecht University and Orstom, Cayenne(Cremers e.a.).
Het onderzoek in 1996 vond voornamelijk plaats in de lagere delen van het reservaat, het onderzoek uit 1998 vond voornamelijk plaats in de hogere delen.


Langs het transect van het hoogste punt (267m) naar het laagste punt bij de natte savanne worden zeven vegetatietypen onderscheiden:
Bergtopbos Bos op niet-steile hellingen Bos op steile hellingen Tijdelijk overstroomd bos Moerasbos Ge´soleerd bergbos Natte savanne
 Bergtopbos  Moerasbos
Bos op niet-steile hellingen     Ge´soleerd bergbos
Bos op steile hellingen Natte savanne
Tijdelijk overstroomd bos


top

Vegetatietype I: Bergtopbos

Dit type vegetatie wordt aangetroffen in de hogere delen van het Trésor reservaat. De helling van de bodem varieert van horizontaal tot 12º (21%) bij de rand van het plateau. De bodem bestaat uit een dunne laag vruchtbare grond waaronder een harde lateriet laag zit. De beschikbaarheid van water is beperkt door de dunne bovenlaag en de afvoer van water naar lagere gedeelten over de harde onderlaag. Met name voor planten die alleen in de dunne toplaag wortelen is het droge seizoen een probleem; er is dus zeer weinig ondergroei in dit type vegetatie.

Het bos is een 'bos op leeftijd' met een actieve regeneratie; bomen van iedere leeftijd zijn gevonden. Sommige zeer groot, weinig van middelbare leeftijd en veel jonge bomen en zaailingen

De kroonlaag is zeer ongelijk en 30-35 meter boven de grond. top

Vegetatietype II: Bos op niet steile hellingen

Dit type bos kan aangetroffen worden op heuvels met hellingen variërend van 4º tot 18º (7- 32,5%) zonder harde lateriet laag in de bodem. Op een diepte van 60 cm zit wel een gedeeltelijk ondoordringbare laag ijzerhoudende grond zodat de voor planten bruikbare bodemdiepte beperkt is.

De beschikbaarheid van water is beter als in vegetatietype I maar de harde laag beperkt de wateropslag mogelijkheden; een teveel aan water stroomt over de harde laag naar lagere gedeelten zodat in de droge tijd de lagere gedeelten vochtiger kunnen zijn dan de hogere gedeelten.

Ook dit bos is een 'oud' bos type met een kroonlaag op ongeveer 40m hoogte. Er zijn bomen in alle leeftijdsklassen aangetroffen. Dominant aanwezige families zijn Chrysobalanaceae, Myrtaceae, Lecythidaceae, Moraceae en Myristicaceae.

Een exemplaar van Bocoa prouacensis met een geschatte leeftijd van 1140 jaar staat in dit gebied
top

Vegetatietype III: Bos op steile hellingen

De steile hellingen zijn ontstaan door het inslijpen van kreken in de rots.
De hellingen zijn meer dan 18º (32,5%). Er zijn vele watervalletjes. De kreken zijn een continue bron van water.

Dit vegetatietype krijgt vergeleken met het omringende bos minder licht maar door de kreken en watervallen is de luchtvochtigheid groter; er zijn veel 'ondergroeisoorten' en epifyten.
De hier voorkomende rotsblokken vormen een bijzondere ondergrond voor de vegetatie.

Duidelijk te onderscheiden zijn de meer vochtige delen bij de kreken en de minder vochtige delen daar verder vandaan; zowel qua structuur als taxonomisch.


top

Vegetatietype IV: Tijdelijk overstroomd bos

Dit type vegetatie omgeeft de kreken in de lager gelegen delen van het Trésor Reservaat op een hoogte van 5 tot 10 meter. De hellingen zijn nooit steiler dan 4º (7%). De bodem komt overeen met die op de hellingen, alleen is de voor planten bereikbare laag dieper (120 cm). De bodem kan veel water opslaan en ook in het droge seizoen zal die nooit geheel uitdrogen door de aanwezige kreken. In het regenseizoen kan het hier tijdelijk overstroomd raken,

De kroonlaag is hier betrekkelijk laag (30m). Bomen van alle leeftijden worden hier aangetroffen alhoewel jonge bomen de overhand hebben. top


Vegetatietype V: Moerasbos

Moerasbos ontstaat in gebieden die continu overstroomd zijn op hoogtes van 5 meter en lager. Het moerasbos wordt gedomineerd door Symphonia glubulifera en enkele daar bij voorkomende soorten.
Dit vegetatietype wordt overal in de Guyana's aangetroffen en is weinig specifiek.
top

Vegetatietype VI: Ge´soleerd bergbos

Alhoewel de geomorphologie van dit type vegetatie overeenkomt met type IV kan de samenstelling toch verschillen door de scheiding van deze gebieden van het eromheen liggende bos door savannes of moerasbos. Slechts een dunne bodemlaag (40 cm) is geschikt voor planten en er is dus ook maar een zeer beperkte mogelijkheid tot wateropslag. Deze gebieden zijn hoger dan het omringende bos of de savanne waardoor o.i.v. wind en zonlicht een hogere graad van verdamping te verwachten is. In de droge tijd zorgt dit voor minder gunstige omstandigheden dan in het normale bergbos (is het omringd door moeras dan zal dit effect kleiner zijn).

Het is een volgroeid bos met een kroonlaag op gemiddeld 35-40 m. Er is een gelijke verdeling over de klassengroottes van deze bomen. Meerdere zeer hoge bomen (hoger dan 40m) zijn aangetroffen. Ook weer een boom (Bocoa prouacensis) van 700 jaar oud.
top

Vegetatietype VII: De natte savanne

De natte savanne wordt in Trésor gevonden op de laagste en meest vlakke gebieden. De vegetatie bestaat uit lage bomen (lager dan 10 meter) en en grasvlakten. Het is een zeer open landschap. Gedurende het regenseizoen is de vlakte meest overstroomd. In het droge seizoen kan de bodem tot 90 cm diep uitdrogen. Zelfs in het regenseizoen kan de toplaag uitdrogen door een hoge mate van verdamping en slechte wateraanvoer. Hierdoor zijn de omstandigheden voor de meeste planten ongunstig; slechts de speciaal aangepaste soorten als Bactris campestris en Polygala adenophora kunnen hier overleven.




Contact | Sitemap | Auteurs | Webmaster | ©2006 Stichting Trésor