Zoeken  Home  Contact
Stichting Trésor Utrecht

Donateursreis 2008

Jantien Vonk


Wat gevonden kan worden aan vruchten en zaden op
de bosbodem.
Januari 2008: voorbereiding
Cursus biologie, door Vijko Lukkien.
We leren hoe het Amazonegebied is ontstaan, wat de kenmerken ervan zijn in onze tijd. We leren wat het bijzondere is van het tropische regenwoud in Zuid-Amerika, de biodiversiteit. Veel foto's van flora en fauna maken ons heel benieuwd naar het Trésorreservaat in Frans Guyana.

Cursus antropologie, door Wim Hoogenberg.
Indianen, Engelsen, Nederlanders, planters, Creolen, Marrons, Hindostanen, Chinezen, Javanen: hoe zit dat nu precies met al die bevolkingsgroepen in Suriname? Wim legt het ons duidelijk uit.

Marowijnerivier en het leven van de Aukaners: Thomas Polime.


Februari 2008: de studiereis
Zaterdag 9 februari:

Vlucht Amsterdam-Paramaribo van zo'n negen uur. We logeren in hotel Albergo Alberga middenin het centrum van Paramaribo.


Zondag 10 februari:
Ben en ik zijn om zes uur opgestaan en eerst naar buiten gegaan. Bij een open cafeetje aan de waterkant fruitsap gekocht. Ben doet de bestelling in het Engels. Ik vraag of we Nederlands kunnen praten: "Natuurlijk, u bent in Suriname!".
De zangvogeltjes in kooien worden op het Plein van de Onafhankelijkheid tentoongesteld.
Na het ontbijt vertrek in een bus die wij niet echt comfortabel vinden. Airco defect, maar dat geeft niet met deze temperatuur (26 graden). We begrijpen al snel dat je met een luxe touringcar niet ver komt op de Surinaamse wegen.
Ogen uitgekeken naar het straatbeeld, de mensen en later de natuur. Na een asfaltweg wordt het een laterietweg: hard zand met veel kuilen. Bij droog weer geeft dat veel oranje stof, maar het regent vaak dus zijn er nu veel natte oranje spetters. Aan het eind van de dag is er nauwelijks meer zicht door de ramen.
De Jodensavanne is een mooie plek, aan het water.
Ruïnes (synagoge), kerkhof, bron (zou geneeskrachtig zijn). In de 19e eeuw woonden er zo'n 500 joden, met 9.000 slaven...
We mogen niet te lang blijven, want we moeten voor het donker in Brownsberg zijn. Drie uur op weg, dan zouden we om zes uur aan kunnen komen.
Erg hobbelige weg, niet erg interessant.
Negenenhalve kilometer moet er geklommen worden om de Brownsberg op te komen. Om vijf uur lopen we hopeloos vast in de modder, na vierenhalve kilometer.
De rubberwolken stinken flink. Dan maar een stukje lopen, en nog een stukje en nog een stukje. Geen wandelschoenen aan. We zijn in de kopgroep met z'n zessen blijven lopen, niet wetende hoe ver het nog is.
Kwart over zeven aangekomen in het open restaurant, in het pikkedonker. Uiteindelijk is iedereen lopend boven gekomen.
O, o, wat is een biertje dan lekker. We moeten het die nacht zonder bagage doen.

Maandag 11 februari
Zeven uur licht, zeven uur opstaan. We zitten middenin een natuurreservaat, op een mooie open plek in het bos, ver van de andere huizen.

De waterval op de Brownsberg.
We staan net buiten wat te kletsen als de bus arriveert, met de bagage! Die is de avond ervoor toch nog om half twaalf boven gekomen! Wat een avontuur.
Uur of tien op weg, wandeling door het primaire regenwoud. Onderweg weer veel geleerd over vegetatie en fauna. Gifkikkers, vlinders, bloemen, paddestoelen, bladeren in alle maten van heel klein tot heel groot, gat van goudzoekers, uitzicht over vlakte met het dorp van zo'n 3.000 personen die eerst woonden in het dal waar nu een stuwmeer is... Afdaling naar de voet van een waterval. Heerlijk water! Het vallende water is van een enorme kracht en heel verfrissend. Een belevenis.
Terug naar 'ons' huis voor de lunch en daarna nog een tocht voor de liefhebbers. Helaas, het is niet droog geweest en op het hoogste punt van de Brownsberg zien we... wolken en mist.
Het is erg gezellig op ons 'platje'.

Dinsdag 12 februari:
We logeren op een oude plantage, later politiepost in Frederiksdorp, aan de Comerijne.

Schildpad wordt door ons uitgeleide gedaan naar
de oceaan nadat zij de eieren gelegd heeft.


Woensdag 13 en donderdag 14 februari:
We steken de Marowijne over naar Frans Guyana, Saint Laurent. We gaan verder met drie achtpersoonsbussen in dit departement van Frankrijk, naar Simili, waar we kennis maken met Charlotte en Kévin, die ook onze gidsen zullen zijn in Trésor.
Beide avonden kunnen we groene schildpadden een twintigtal eieren zien leggen in een zestig centimeter diepe kuil op het strand. Oerkracht drijft de eieren naar buiten.

Vrijdag 15 februari:
Reis naar hotel La Chaumière bij Cayenne.

De groep ontmoet de leden van de Association
in Patawa.




Zaterdag 16 februari: door naar het Trésorreservaat.
Aankomst op een prachtige plek. Er is een grote overdekte ruimte waar we geluncht hebben. Het blijft regenen, maar we zijn toch op pad gegaan, een kort natuurpad op.
Nog apart naar een gigantische plankwortelboom gelopen. Je kunt er zelfs onderdoor lopen! Wat een kanjer.
's Avonds nachtinsecten bewonderd op een groot wit scherm verlicht door lampen. Wat een soorten, wat een prachtige vormen.

Met de boot op het Kaw moeras.


Zondag 17 februari: Kawmoeras.
Met de auto naar de rivier waar savannes, bosmoeras en primair oerwoud zijn. Het Creoolse dorp Kaw, 60 inwoners, bezocht. Enorme kaaiman gezien bij het aan wal stappen.
Heerlijk, heerlijk, heerlijk gevaren in deze schitterende omgeving, gezwommen, gegeten op een 'carbet flottant'. Veel vogels, ook nog kapucijneraapjes. En we hebben gezongen met de bootsman.

Maandag 18 februari:
Vandaag heeft het de hele morgen geregend en niet zo'n beetje. Wandeling van twee uur door Trésor met Kévin. Vleermuisje uit opgerold blad getoverd door tovenaar Kévin (wat had ik daar graag een filmpje van gemaakt...), bloemen, padje, buideldierhol, paddenstoeltjes, zaden, lianen, enz. enz.
Ik ben al snel van top tot teen kleddernat, maar wat doet het ertoe: je krijgt het niet koud, zoals je gewend bent in Nederland. Prachtige wandeling door het REGENwoud.
's Middags rijden we naar Kourou.


Presentatie van het dessert in het schutblad van een
palm met daarbij veel versiering.
Dinsdag 19 februari: Kourou.
De indrukwekkende catamaran van Loïc brengt ons naar de Duivelseilanden. Heel harde wind, veel regen, maar wat een genot op zo'n betrouwbare boot te varen op een woeste zee!
Interessant museum op het Ile St. Joseph, over de bagnards die hier gevangen zaten. Over Dreyfuss. In een grote, diepe vijver twee enorme kaaimannen gezien.
Kerkje met mooie muurschilderingen. De gruwelijke nachtverblijven. Wat een ellende.
Gepicknickt op de boot vanwege de regen. Fregatvogels zien glijden, schildpadden in het water, Wilson stormvogeltje dat altijd over de zee vliegt (alleen aan wal komt om te procreëren), paar centimeter boven het wateroppervlak, we zien hem met elke rimpeling meebewegen.
Terugtocht gezeild: één groot feest, hoge golven (tikkeltje misselijk maar dat hindert niet), wat een belevenis.

Woensdag 20 februari: naar Saramaka.
Camp Cariacou is een kampje aan de rivier, middenin het oerwoud, met een stuk of vier open hutten waaarin zes hangmatten opgehangen kunnen worden, een toiletgebouwtje, een grote eetzaal en een grote primitieve keuken (geen robot-cuisine te ontdekken) met drie koks. Louis is onze gids. Boottocht met gids Louis (Indiaan) om palmhart te zoeken en mee te nemen.
Duurt erg lang, omdat het water extreem hoog staat en om zo'n palm te vellen moet je vaste grond onder de voeten hebben. Drie toekans, een luiaard (paresseux), althans ik meende die te zien. O wat was ik nat en koud.
Douche, fleecevest aan. Gezellig geborreld (dat doe je hier met rum, dan heb je het meteen niet meer koud, palmhartsalade, en heerlijke maaltijd. Slaap als een blok in de hangmat vanaf tien uur.

Donderdag 21 februari

Met behulp van twee palmbladen wordt in een
oogwenk een rugzak gemaakt.
Brulapen gehoord! Na het ontbijt een boswandeling; tot twee minuten voor vertrek vastbesloten niet mee te gaan. Toch gedaan dus en inderdaad kleddernat geworden. Kleren van gisteren nat aangedaan, maar met de opgedroogde palladiums tot aan de enkels in het water gegaan. Is het helemaal waard! Louis vertelt vooral waartoe bladeren, bast,

Op het strand bij Mana.
plantensap, lianen dienden als je moest overleven in het oerwoud: rugzakken (om buit mee naar huis te nemen), dakbedekking en de verschillende soorten hout voor palen, planken, drie verschillende voor de prauwen; wondverzorging, antibiotica, enz. enz.
Na de lunch 186 km naar St. Laurent sur Maroni. Pas over zevenen aankomst in hotel Star, vochtige kleding uitpakken. Geen föhn, luchtvochtigheid 82.
Vrijdag hebben we St. Laurent verkend en een leuk uitstapje naar St. Jean gemaakt.

Zaterdag 23 februari

De reis over de Marowijne rivier vindt plaats in
twee houten korjalen.
We zouden vroeg vertrekken omdat ons eerste traject op de Marowijne lang zal zijn.
Jammer genoeg kost het tanken veel tijd.
Een open korjaal en een overdekte korjaal. Mooie tocht: wolken, blauwe lucht, weinig regen. Lunch op een eilandje. Heel wat stroomversnellingen.
In de laatste stroomversnelling, net voor het donker wordt, loopt de open korjaal vast op een rots. De andere kan niet helpen bij gebrek aan vaste grond. Uiteindelijk zijn we gered door een passant in een kleine korjaal, die eerst de mensen en bagage overbrengt naar de andere boot en toen de vastgelopen boot los kan trekken. Weer een avontuur! Aankomst in Gran Santi om half twaalf. Regen. Als een blok in slaap gevallen. Ben heeft meer moeite.
Zondag een rondleiding door Gran Santi gehad; 's middags de kostgronden van het dorp bezocht. Uitleg door bootslui Theo en Johannes.

Maandag 25 februari
De boel weer ingepakt, op weg naar 'het dorp van Thomas', Moitaki. Amiranda, zijn dochter, gaat eindelijk haar opa bezoeken. Aankomst in Moitaki.
Wij bivakkeren in een 'huisje' (muren, dak, betonvloer) met z'n zessen: Wim en Marja, Loes, Ellen. De zes hangmatten passen er net in.
Geborreld buiten, maar voor het avondeten moeten we door de weersomstandigheden naar de school. In het pikkedonker, wel met zaklantaarn, verdwalen we, maar Thomas wijst de weg. Even over negen uur al naar bed.

Dinsdag 26 februari
Heerlijk geslapen, alleen denk ik ochtendgloren te zien, wat later maneschijn blijkt te zijn. Gebadderd in de rivier waar het een drukte van jewelste is.

Ontbijt buiten. Met de boten naar Drietabbetje, waar we door bootsman Theo rondgeleid worden. Veel beschilderde deuren en zelfs enkele gebeeldhouwde.
We hebben veel plezier gehad met vrouwen die in een enorm rechthoekig blik boven vuur geraspte (en gespoelde) cassave drogen, om 'kwak' te maken. Dat hebben we al eens voorgeschoteld gekregen. We dachten toen dat het couscous was, ook geel. Foto's van de kinderen maken mag niet, naar later blijkt.
Op de rivier zien we veel boten die veel schoolkinderen met hun blauwe uniformpjes aan naar huis brengen.
Het is heel bijzonder om te verblijven in een gastvrij dorpje, zonder waterleiding of stroom. Zoiets overkomt je niet met een gewone reisorganisator!

27, 28, 29 februari:
in twee dagen de rivier stroomafwaarts, met de bus naar Paramaribo.
Vrijdag 29
kunnen we de stad bezoeken: Wim wijst ons de belangrijkste plekken aan. Zaterdagmiddag naar het vliegveld, de volgende ochtend weer geland op Schiphol.
Moe, maar voldaan!